NRLO Nieuwsbrief 8 - december 1997

Let op. Tel. en fax nr. gewijzigd.


Landbouw en maatschappij

Vier personen hebben voor de NRLO een essay gewijd aan 'de veranderende relaties tussen landbouw en maatschappij op weg naar 2015'. Op 12 september werd hier een rondetafelconferentie over gehouden onder leiding van Paul Kuipers, voormalig directeur van De Balie.

Verstreking en ontstreking

P. Huigen en D. Strijker van de Rijksuniversiteit Groningen benadrukten in hun verhaal dat het relatieve belang van de landbouw op het platteland al in de zestiger en zeventiger jaren sterk is teruggelopen. Inmiddels wordt de plattelandseconomie nog maar voor 15 à 30 procent door de landbouw gedragen en zijn nieuwe machtige spelers op het platteland opgedoken.

Sinds de tweede wereldoorlog is de landbouw losser komen te staan van zijn fysieke en sociale omgeving door rationalisatie en productie voor de wereldmarkt. Maar het laatste decennium wordt de burger weer dichterbij gehaald en is er sprake van een overgang van landbouwbedrijf naar plattelandsonderneming. Huigen en Strijker vragen zich af of de extra activiteiten die daarmee gepaard gaan (zoals recreatie en natuurbeheer) niet op lange termijn de traditioneel sterke punten van de Nederlandse landbouw - zoals een lage kostprijs - ernstig onder druk gaan zetten. Een ander punt dat zij signaleren is dat zich op het platteland tegelijkertijd tendensen van 'ont-streking' en 'ver-streking' voordoen. Enerzijds wordt het platteland eenvormiger: een ligboxenstal is overal hetzelfde. Aan de andere kant is er een groeiende belangstelling voor het streekeigene: het zoeken naar identiteit in de lokale historie, landschapskarakteristieken, dialecten, lokale cultuur en streekeigen producten.

Coreferent A. van den Brink van de Dienst Landelijk Gebied stelde dat de landbouw ­ alleen al door haar omvangrijk ruimtegebruik - nog altijd sterk bepalend is voor het platteland. Het lijkt hem interessant de 'trends' van (de-)ruralisatie en ver- en ontstreking matrixgewijs verder uit te werken. Een belangrijke vraag is ook welke partijen invloed krijgen op de invulling van het platteland en hoe zij hun invloed uitoefenen.

[Naar boven]

Differentiatie benutten

Landschapsarchitect D. Sijmons van Bureau H+N+S stelt vast dat de landbouw vrijwel geheel afwezig is in de discussie over de ruimtelijke ordening. Vandaar ook de titel van zijn essay: 'Uitgewerkt en afgedaan?'

Waar differentiatie in bedrijfsstijlen nodig is zal men volgens Sijmons via inrichtingsmaatregelen de 'korrelgrootte van gedwongen gemeenschappelijkheden' willen verkleinen. Hij benadrukte daarbij wel dat de tijd voorbij is dat aanpassingen in inrichting uitsluitend vanuit een agrarische optiek geschieden. In die zin zal de landbouw alert moeten zijn op het benutten van kansen zoals die geboden worden bij de uitvoering van bijvoorbeeld verstedelijking, water-, milieu-, en natuurbeleid. In de transformatie die op het platteland afkomt zal de landbouw de ruimtelijke ordening dan ook ontzettend hard nodig hebben. De overheid heeft in dit geheel de onvervreemdbare verantwoordelijkheid om te zorgen dat aantrekkelijke nieuwe cultuurlandschappen ontstaan. Daartoe moeten simpele regels geformuleerd worden en wel zodanig dat ze de motivatie prikkelen om tot nieuwe oplossingen te komen. In zijn essay geeft Sijmons een indruk van een aantal mogelijke ruimtelijke expressies.

Coreferent M. van den Berg stelde enthousiast vast dat Sijmons 'van waarneming komt tot impliciete analyse, en dat met zeer treffend taal- en beeldgebruik'. Zelf vroeg hij bezorgd aandacht voor het nieuwe soort beslag dat recreanten op het platteland gaan leggen. Een tijdelijk, vluchtig beslag zonder betrokkenheid: 'Het zijn verzamelaars en jagers; het zijn scharrelburgers.' Daarnaast beklemtoonde hij dat regionale sturing telkens verschillende meervoudige coalities zal vergen.

[Naar boven]

De essenties van landbouw

J.D. van der Ploeg was op zoek gegaan naar de tijdloze essentialia die het eigene van landbouw, van het rurale, weergeven. Zo is landbouw steeds een co-productie met de natuur; ze is ambachtelijk c.q. niet (volledig) industrialiseerbaar; ze is georganiseerd in gezinsbedrijven; en ze kent veelal een beperkte relatie met 'de markt'.

Het zoeken naar essentialia van 'het rurale' is van belang omdat de landbouw alom in Europa erkend wordt als een cruciaal onderdeel van onze civilisatie en daarmee een algemeen maatschappelijk belang. En naarmate een samenleving sterker urbaniseert zal het rurale als waarde en als belang alleen maar groter worden.

Met name het landbouwkennissysteem valt te verwijten dat ze hier te weinig oog voor heeft. Van der Ploeg bepleit een kritische reflectie op de landbouwwetenschap en tegelijkertijd een uitbreiding van het 'constructivistische' element daarin en versterking van het interactieve element.

Als coreferent vroeg P. Vermeij van de directie Landbouw van LNV zich af of de landbouw wel echt zo uniek is. Bovendien vroeg hij zich af of betrokkenheid en verantwoordelijkheid in een zekere autonomie inderdaad typerend zijn voor het gezinsbedrijf.

[Naar boven]

Crises in organiseren

W. van Dinten, directeur Strategische planning van de Rabobank, nam wat meer afstand. Hij stelde vast dat er weinig over de toekomst valt te zeggen, en dat er zoveel invalshoeken op ons afkomen - die ieder op zich allemaal waar zijn - dat het niet meer te hanteren valt. Als we om ons heen kijken moeten we ondermeer vaststellen dat het in het leven meestal niet 'of-of' is maar 'en-en'. Dat materies derhalve zo ingewikkeld zijn dat we eigenlijk maar weinig kunnen weten. De kunst is om waar te nemen wat er gebeurt, en daar een betekenis aan te geven. 'Om te begrijpen wat je doet als je doet wat je doet.' Er zijn heel verschillende percepties van landbouw en verschillende criteria om die percepties te beoordelen en allemaal hebben ze hun betekenis. In zijn essay gaat Van Dinten ondermeer in op de manier waarop het bedrijfseconomische paradigma in onze cultuur (te) dominant is geworden.

Als er een crisis is, zo concludeert hij, dan is dat een crisis in organiseren. Hoe kunnen we organiseren dat datgene dat van waarde is ook de plaats krijgt die we het zouden willen geven? Daarvoor moeten percepties veranderen. Dat is de kern van het probleem.

G. Meester, hoofd Strategische Beleidsvorming van LNV, vond Van Dinten's verhaal van belang in de zin dat we vaak met landbouw bezig zijn zonder ons te realiseren vanuit welke normen, waarden en percepties we dat toch alweer doen. Als ministerie ontkom je daar ook nauwelijks aan: je wordt geconfronteerd met een aantal doelstellingen en vervolgens moet je op zoek naar instrumenten om in die richting te sturen.

In de discussie werd een beeld geschetst van een landbouw die zeer pluriform is in zowel haar omgevingscondities, haar ontwikkelingsstrategieën, als in de normen waarop ze wordt afgerekend. Om deze landbouw adequaat te begeleiden moet ook de kennisinfrastructuur ruimte creëren voor verschillende wetenschappelijke benaderingen, opvattingen en percepties. Met name werd gepleit voor meer creativiteit en sensibiliteit, ook in de wetenschap. Met name die sensibiliteit riep bij anderen weer huiver op.

De besproken essays zijn bij de NRLO te verkrijgen. Een verslag van de workshop komt binnenkort beschikbaar.

Projectleider: N.A. Dijkveld Stol, 070 - 378 5652

[Naar boven]

Ontwikkelingen in wetenschap en technologie

Eén van de verkenningen van de NRLO is gericht op het signaleren van potentieel interessante ontwikkelingen in wetenschap en technologie, zowel in de 'klassieke' landbouw-gerelateerde wetenschappen als in wetenschapsterreinen daaromheen. Maar steeds met de vraag wat deze ontwikkelingen zouden kunnen betekenen voor de agribusiness. De verkenning is onderverdeeld naar plantaardige productie en afzet, dierlijke productie en afzet, verwerking, humane voeding, gezondheid, ketenkwaliteit, en landelijk gebied. Op enkele onderdelen zijn al studies en essays verschenen.

[Naar boven]

Dynamiek in Wetenschap en Technologie

Op de workshop 'Dynamiek in Wetenschap en Technologie', die op 2 december in Wageningen werd gehouden, kwamen een tweetal studies aan de orde:

- Een analyse door ATO-DLO over de eigen dynamiek van Wetenschap en Technologie. Daarin is vooral gekeken naar ontwikkelingen in andere sectoren. Vervolgens is terugvertaald naar de agrosector in termen van impact, scope en mogelijke rol als trekker, participant of volger. Een belangrijke conclusie luidt dat interessante ontwikkelingen die grote impact hebben op de agrosector (zoals bijvoorbeeld de sensortechnologie) voortkomen uit een integratie van kennis uit verschillende vakgebieden, zoals bijvoorbeeld materiaal-, bio- en proces- en productietechnologie, waarbij informatie- en communicatietechnologie een belangrijke aanjaagfunctie vervullen. Uitgebracht als NRLO-rapport 97/26.

- Een essay van W. Jongen en anderen (LUW) over consumentgestuurde technologie. Zijn de vele uiteenlopende marktwensen wel technologisch haalbaar met behoud van efficiency? Uitgaande van verschillende mogelijke beelden van de toekomstige consument en de daarbij gewenste productassortimenten vindt terugvertaling plaats naar prioriteiten in technologische ontwikkelingen. Ook in deze studie blijkt integratie van kennis uit verschillende onderzoeksgebieden van belang. Verder wordt gepleit voor een meer gestructureerde aanpak van productontwikkeling en voor 'dedicated' productiesystemen, die beter aansluiten bij de dynamiek van de markt. Uitgebracht als NRLO-rapport 97/22.

Op de studiedag van 2 december werd de discussie ingeleid door drie personen die vanuit verschillende optiek een co-referaat hielden: S. Bruin van Unilever Research sprak vanuit exploratief onderzoek van voedingsmiddelen; H. Leeuwis van 3T BV vanuit sensor- en microsysteem-technologie, en W. Janssen van de Stichting Academisch Rekencentrum Amsterdam vanuit virtual reality. De resultaten van deze dag verschijnen als NRLO-rapport 98/6.

[Naar boven]

Plantaardige productie

In de deelverkennig plantaardige productie zijn inmiddels twee essays gepubliceerd:

- In 'Agrofysica, informatie- en communicatietechnologie in de plantaardige productie' schetsen J. Meuleman en P. van Weel een inspirerend beeld van de denkbare ontwikkelingen op terreinen als telematica, mechatronica, communicatietechnologie en informatica. Vakgebieden die conventioneel tot de meet-, regel-, en systeemtechniek behoren komen bij elkaar in het vakgebied van processimulatie en -visualisatie. Hierdoor ontstaan krachtige instrumenten voor de bestudering en beoordeling van vernieuwingen.

De auteurs bepleiten met klem een geïntegreerde benadering bij het ontwerpen, plannen en besturen van systemen: het conceptueel ontwerpen. Een ander terrein met toekomst is de modellering van complexe, weinig begrepen processen. Daarbij gaat het erom om uit de enorme veelheid aan data de relevante informatie te destilleren en vooral ook om vanuit data te leren. Dat kan leiden tot concepten als 'the speaking plant', waarbij de plant zelf het sturende instrument is voor bijvoorbeeld klimaatregelingen. Daarnaast wordt ingegaan op begrippen als kunstmatige intelligentie, neurale systemen en fuzzy logic. Uitgebracht als NRLO-rapport 97/24.

- In 'Bodembiologie en plantaardige productie' geeft H. van Veen een goed inzicht in de enorme ontwikkeling binnen het vakgebied van de bodembiologie. Op boeiende wijze plaatst hij dit in het perspectief van de plantaardige productie. Een belangrijke ontwikkeling acht hij het feit dat door toepassing van moleculair biologische technieken een veel beter begrip mogelijk zal worden van de diversiteit in het bodemleven en daarmee van de hele ecologie van bodemorganismen. Daarnaast zal het inzicht in de vele mutualistische relaties tussen planten en micro-organismen sterk toenemen. Als derde belangrijke lijn beschrijft Van Veen de ontwikkeling van kennis en inzicht in de communicatie tussen planten en bodemorganismen. Uitgebracht als NRLO-rapport 97/25.

In deze serie essays verschijnen deze maand essays van A. van Kammen over moleculaire plantenbiologie, uitgebracht als NRLO-rapport 97/36, en R. Rabbinge over plantaardige productiesystemen en productie-ecologie. Uitgebracht als NRLO-rapport 97/37.

Projectleiders: H.J. van Oosten, 070 - 378 5727; en J.M.P. Papenhuijzen, 070 - 378 4751

[Naar boven]

Kennis van nieuwe markten

Onder deze titel deed LEI-DLO een studie naar het beschikbaar stellen, toegankelijk maken en verder ontwikkelen van kennis met betrekking tot opkomende (onder andere verre) markten in de wereld. Het gaat daarbij met name om basale kennis over marktstructuur, consumentengedrag, cultuurpatronen en instituties. De publieke kennis over deze markten blijkt nog onvoldoende (systematisch) beschikbaar. Voorgesteld wordt een prototype 'Data Warehouse' voor de agribusiness te ontwikkelen: een specifieke search engine. Vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven zijn betrokken bij de ontwikkeling van een gericht plan van aanpak hiervoor. Uitgebracht als NRLO-rapport 97/38.

Projectleider: J.M.P. Papenhuijzen, 070 - 378 4651

[Naar boven]

Innovatie land- en tuinbouw

Op 25 november werd een NRLO-workshop gewijd aan de toekomst van innovatieprocessen in de (primaire) land- en tuinbouw.

Niet alleen in de landbouw zelf, maar ook in het landbouwkennissysteem is onzekerheid momenteel troef, zo stelde dagvoorzitter Zachariasse. De toekomst van het praktijkonderzoek is ongewis; niemand weet wat het Kennis Centrum Wageningen gaat worden; en men vreest de risico's van de verzakelijking. De vraag ligt voor hoe we organiseren dat de primaire landbouw ook op termijn voldoende innoveert.

Innoveren doe je niet alleen. Alleen al omdat het gaat om nieuwe combinaties van ideeën. Het is dan ook de vraag of je je louter moet richten op de klassieke 'groene' kennisgebieden. Men moet ook gaan kijken naar nieuwe partners zoals industrieën en particuliere adviesdiensten. De overheid moet helpen om systeeminnovaties gestalte te geven.

Ter oriëntatie hebben praktijkmensen vanuit vier sectoren samen met onderzoekers een essay gewijd aan het onderwerp.

Enkele steekwoorden uit de vier essays:

1. "Naar een nieuwe maatschappelijke functie voor de varkenshouderij" (H. de Lange, G. Backus). Hierin wordt gepleit voor verbreding van de scope van de sector en een bredere maatschappelijke oriëntatie in onderwijs en onderzoek. 'Laat leerlingen eens stage lopen in een verpleeghuis in plaats van op het zoveelste varkensbedrijf.'

2. "Melken voor morgen" (B. Ettema, B. Prins). Het wordt eerst denken en dan pas doen. Er moet meer accent op strategieontwikkeling: welke kant wil je op met je bedrijf. En oriënteer je daarbij ook op het niet-agrarische bedrijfsleven.

3. "Akkerbouw of afbouw" (H. van Drumpt, N. Röling). Versterk het ecologisch perspectief van de akkerbouw binnen een vernieuwd sociaal en economisch verband. Bijvoorbeeld een gebiedsgericht 'beheersschap'.

4. "Werken aan tuinbouwclusters" (T. Ammerlaan, J. van den Brand, N. Somers en W. van Rijn). Het gaat steeds meer om ondernemerschap waarbij kennis een strategische factor wordt. Om versnippering in de kennisvraag te voorkomen is ketenregie nodig. Mogelijk geeft dat een revival van de coöperatie. Door clustervorming kunnen tuinders hun invloed blijven uitoefenen.

Maarten Souwer (organisatiedeskundige) miste in de essays drie elementen. Op de eerste plaats het centrale thema in de gesignaleerde veranderingen. Mogelijk is dat samen te vatten als individualisering. Verder mist hij een scherpe formulering van het centrale probleem: men fixeert zich op concrete oplossingen terwijl het steeds meer draait om processen. En op de derde plaats mist hij een visie op de karakterverandering van innovatie in de komende twintig jaar: het institutionele karakter zal plaatsmaken voor een dynamisch proces waarbinnen individuele zienswijzen en belangen niet worden ontkend maar juist gekend.

Frank Biesboer (wetenschapsjournalist) destilleerde uit de essays enkele centrale vragen. Welke organisatievormen zijn geschikt om de specifieke kennisvraag van de agrarische ondernemingen te managen? Welke rol krijgen bestaande kennisinstellingen in het kennisaanbod? Verschijnen andere kennisproducenten op het toneel? En verschuift de rol van het publiek gefinancierde onderzoek van kennisproductie naar kennismakelarij?

In de discussie kwamen een aantal punten aan de orde.

In zijn slotwoord ging Jan Willem Arnold (Innovatiecentrum Den Haag) ondermeer in op de rol van de overheid. Die moet zich niet bemoeien met wat er geïnnoveerd wordt maar wel met de vraag hoe dat moet. Geen strak regulerend stoplicht om het verkeer precies te regelen, maar een rotonde waar de gebruikers zelf de spelregels kunnen interpreteren.

Medio december zullen de essays, inclusief de reacties van Souwer & Biesboer, gepubliceerd worden. Uitgebracht als NRLO-rapport 97/44.

Projectleider: Hans Rutten, 070 - 378 5777

[Naar boven]

Naar een gezonde veehouderij

Productveiligheid, dierlijk welzijn (inclusief gezondheid) en milieu staan bij consumenten en burgers hoog op de agenda en bepalen daarmee sterk het publieke imago van de veehouderij. Momenteel bestaan echter grote tegenstellingen tussen wat veterinair wenselijk is en maatschappelijk acceptabel.

Voorbeelden zijn preventieve medicatie en het preventief ruimen van gezonde dieren bij ziekte-uitbraken. Om tot gewenste aanpassingen te komen is ondermeer inzicht nodig in de ethische en sociaal-economische aspecten van veehouderij en diergezondheidszorg.

Bij de Europese harmonisatie van de diergezondheidsstatus is gekozen voor een vrijwaringsstrategie, waarbij vaccinatie niet is toegestaan. Bijgevolg worden bij uitbraken rigoureus besmette en gezonde dieren geruimd. De maatschappelijke weerstand hiertegen is aanzienlijk. Daarbij komt dat de effectiviteit van deze strategie matig is in een situatie als de Nederlandse, met grote concentraties dieren per bedrijf en per regio en een omvangrijk transport van mensen, dieren en goederen. En de risico's van het non-vaccinatiebeleid zullen in de toekomst alleen maar toenemen gezien de groeiende mobiliteit, de steeds intensievere contacten met potentiële besmettingshaarden in bijvoorbeeld Oost-Europa en de toename van veehouderij in natuurgebieden en onder hobbyboeren. Dit alles maakt het dringend noodzakelijk om te komen tot meer adequate strategieën voor de dierziektenbestrijding.

Ook op bedrijfsniveau zullen belangrijke innovaties moeten plaatsvinden.

Waar de preventieve diergezondheidszorg nu nog vaak een sluitpost is in de bedrijfsvoering zal het in de toekomst een majeure overweging moeten zijn bij de inrichting van bedrijven, ketens en regio's. Waar nu veelal sprake is van een uitsluitend regionale aanpak van dierziekten zullen in de toekomst ook in de keten voor bepaalde ziekten specifieke eisen worden geformuleerd en bewaakt. Vanzelfsprekend dienen bij het ontwikkelen van nieuwe houderijsystemen de ontwerp-eisen uit hoofde van diergezondheid, welzijn en milieu zoveel mogelijk geïntegreerd te worden.

Bij de bestuurlijke instrumentatie van de diergezondheidszorg is sprake van een verschuivende balans tussen publieke en private verantwoordelijkheden. Deze balans ligt per categorie dierziekten verschillend en wordt mede bepaald door de EU- kaders. Het maatwerk in de verdeling van verantwoordelijkheden moet ook tot uitdrukking komen in de privaat- en publiekrechtelijke instrumenten, zoals premie-, verzekerings-, controle- en certificeringssystemen.

Vernieuwing in de kennisinfrastructuur zijn nodig bij:

Dit heeft consequenties voor zowel onderzoek als onderwijs.

Projectleider: J.G. de Wilt, 070 - 378 4774

[Naar boven]

Overzicht NRLO-rapporten 1997


Nummer:Titel:
97/1 Vitaliteit van agrosector en landbouwkennissysteem
97/2Toekomstonderzoek en strategische beleidsvorming
Eindrapport
97/3Toekomstonderzoek en strategische beleidsvorming
Achtergronddocument
97/4Feiten en cijfers over de ontwikkeling van de milieubelasting
Achtergrondstudie voor de verkenning hulpstoffen en energie in landbouwsystemen in 2015
97/5Voorstellen ter vermindering van het gebruik van hulpstoffen en energie
Achtergrondstudie voor de verkenning hulpstoffen en energie in landbouwsystemen in 2015
97/6Het instrumenteren van leerprocessen
Achtergrondstudie voor de verkenning hulpstoffen en energie in landbouwsystemen in 2015
97/7Een verkenning van institutionele arrangementen
Achtergrondstudie voor de verkenning hulpstoffen en energie in landbouwsystemen in 2015
97/8Naar eigen gerechtig(d)heid
Achtergrondstudie voor de verkenning hulpstoffen en energie in landbouwsystemen in 2015
97/9Contouren en silhouetten van landbouw en milieu in 2015
Achtergrondstudie voor de verkenning hulpstoffen en energie in landbouwsystemen in 2015
97/10Bestuurlijke haalbaarheid van oplossingsrichtingen
Achtergrondstudie voor de verkenning hulpstoffen en energie in landbouwsystemen in 2015
97/11Denkbeelden over agribusiness en internationalisatie
Toekomstbeelden, strategieën en kennismanagement bij ondernemers: interviews met key-actoren
97/12Agribusiness, R&D en internationalisatie
Betekenis voor het eigen kennismanagement
97/13Overheid, R&D en internationalisatie
Nationale beleidsruimte voor wetenschaps-, technologie- en innovatiebeleid in de agrofoodsector
97/14Landbouwbeleid en internationalisatie
Ontwikkelingen en dilemma's in het landbouwbeleid tot 2015
97/15Kennisinstellingen en internationalisatie
Positie van kennisinstellingen in de agrofoodsector op de internationale kennismarkt
97/16Bio-actieve componenten in voeding
Verslag van een workshop
97/17Uitdagingen en concepten voor een toekomstig landbouwkennisbeleid
97/18Milieudoelstellingen en landbouwmilieubeleid in Europa
Achtergrondstudie voor de verkenning hulpstoffen en energie in landbouwsystemen in 2015
97/19 Leven in verscheidenheid
Advies van de RMNO en de NRLO voor het stimuleringsprogramma biodiversiteit
97/20Integrale benadering biodiversiteit
Verslag workshop "Biodiversiteit in onderzoek
Onderzoekspotentieel stimuleringsprogramma biodiversiteit
97/21Input-output relaties en de besluitvorming van boeren
97/22Consumentgestuurde technologieontwikkeling
Van wenselijkheid naar technologische haalbaarheid en doeltreffendheid
97/23Methode voor kwaliteitsbeoordeling van de agro- kennisinfrastructuur
Een haalbaarheidsanalyse op basis van 3 case studies
97/24Ontwikkelingen in wetenschap en technologie
Agrofysica, informatie- en communicatietechnologie in de plantaardige productie -
97/25Ontwikkelingen in wetenschap en technologie
Bodembiologie en plantaardige productie
97/26Ontwikkelingen in wetenschap en technologie
Kansen voor verwerking en distributie
97/27Coping with turbulence
Strategies for agricultural research institutes
97/28Organisatie van innovatie
Uitdagingen en concepten toekomstig landbouwkennisbeleid
Verslag van de workshop van 12 juni 1997
97/29Visserijbeleid in 2010
Scenario's en kennisbehoeften
97/30Naar een gezonde veehouderij in 2015
5 essays
97/31Agro-ecosystem health
97/32Ontwikkelingen in wetenschap en technologie
Kansen voor de dierlijke sector
97/33Kennis in plattelandsvernieuwing
Achtergrondstudie voor de verkenning plattelandsontwikkeling
97/34Ketens en plattelandsontwikkeling
Markt-, keten- en netwerkkennis toegepast op het landelijk gebied een programmeringsstudie
97/35Onderzoek boven water
Een scenariostudie over visserij en ecosysteem
97/36Ontwikkelingen in wetenschap en technologie
Moleculaire plantenbiologie
97/37Ontwikkelingen in wetenschap en technologie
Plantaardige productiesystemen en productie-ecologie
97/38Kennissysteem nieuwe markten
97/39Landbouw en samenleving
Een proces van afstoten en aantrekken
Essay voor de verkenning "veranderende relaties tussen landbouw en maatschappij op weg naar 2015
97/40Uitgewerkt en afgedaan?
De relatie tussen landbouw, ruimtelijke planning en ontwerp
Essay voor de verkenning "veranderende relaties tussen landbouw en maatschappij op weg naar 2015"
97/41Landbouw en samenleving
Etalage van maatschappelijke vraagstukken
Essay voor de verkenning "veranderende relaties tussen landbouw en maatschappij op weg naar 2015"
97/42Over continuïteit en verandering
De constantes van agrarische ontwikkeling

Essay voor de verkenning "veranderende relaties tussen landbouw en maatschappij op weg naar 2015"
97/43Veranderende relaties tussen landbouw en maatschappij op weg naar 2015
Verslag van het rondetafelgesprek van 12 september 1997
97/44Innovatie in land- en tuinbouw op weg naar 2015
Vier essays
97/45Een kwantitatieve analyse van de bodembiologie in Nederland
Indicatoren voor de benodigde kennisinfrastructuur
[Naar boven]

Telefoonnummers gewijzigd per 1 december 1997

Tel. NRLO 070 - 3785653

Fax 070 - 3786149

Prof.dr.ir. A. Rörsch, voorzitter070 - 3785650
Dr.ir. A.P. Verkaik, directeur Bureau 070 - 3785692
Medewerkers
Ir. N.A. Dijkveld Stol070 - 3785652
Dr. H. Hetsen070 - 3784106
Dr.ir. H.J. van Oosten070 - 3785727
Dr.ir. J.M.P. Papenhuijzen070 - 3784751
Ir. Hans Rutten070 - 3785777
Dr.ir. J.G. de Wilt070 - 3784774
Secretariaat
Mw. D.P. Pieters-van Wageningen070 - 3785653
Mw. M.J.V. Schouten-Hattink070 - 3785694
Mw. Y. van Zelst-van Wetten070 - 3785537
Wat (onder andere) niet verandert:
Bezoekadres:Bezuidenhoutseweg 73
Postadres:Postbus 20401
2500 EK Den Haag


[Naar boven]

[NRLO Home]