NRLO Nieuwsbrief 3 - mei 1996
Landbouwwetenschappen in 2010 en de positie van de LUW
Op 16 mei 1995 kregen de NRLO en de Overlegcommissie Verkenningen (OCV) van minister Van Aartsen van LNV het verzoek om een verkenning te doen naar de landbouwwetenschappen in 2010. De minister zei de discussie te willen stimuleren over de verschillende opties voor het universitaire deel van de agro-kennisinfrastructuur in de 21e eeuw. Afgesproken werd dat de verkenning zeven maanden zou vergen en in juni 1996 wordt afgerond met een slotconferentie waarop de conclusies van een concept-eindrapportage worden besproken.
In het kader van de door de minister gewenste discussie lijkt het raadzaam om al in dit stadium enige verkennende gedachten te ontvouwen. Temeer omdat de Tweede Kamer de minister gevraagd heeft om al voor het zomer-reces beleidsoverwegingen te formuleren over de herinrichting van de landbouw-kennisinfrastructuur.
Werkwijze
De afgelopen maanden hebben NRLO en OCV door uiteenlopende instellingen deelstudies laten verrichten naar ontwikkelingen in wetenschapsbeoefening in het algemeen, de landbouwwetenschappen in het bijzonder en de arbeidsmarkt en de financiering. Daarnaast werden zo'n 65 deskundigen in en rond het veld van onderwijs en onderzoek geinterviewd. Wat betreft de omgeving van de LUW verzamelde het verkenningsteam zo'n 120 variabelen, die ten slotte konden worden teruggebracht tot veertien voor de LUW relevante omgevingsfactoren, ruwweg onder te verdelen in ontwikkelingen op het gebied van werkveld, wetenschap en werkcondities.
Steeds ging het om drie vragen: welke belangrijke veranderingen komen komende vijftien jaar op de LUW af; wat zijn de sterktes en de zwaktes van de LUW; en welke beleidskeuzen kan de LUW op de weg naar 2010 maken? In exercities die in de eindrapportage uitvoerig uit de doeken gedaan zullen worden, is toegewerkt naar het omschrijven van een 'strategische ruimte' voor de LUW: de ontwikkelingen van de omgevingsvariabelen die niet door de LUW zelf te beinvloeden zijn bepalen de contouren waarbinnen de LUW - bediscussieerbare - keuzen kan maken. Let wel: bediscussieerbare keuzen, want een verkenning is geen voorspelling waaruit een
eenduidige beslisboom voortvloeit.
Dwingende trends
Inmiddels meent het verkenningsteam genoemde strategische ruimte al enigszins te kunnen inperken en durft ze de - algemene - stelling aan dat de LUW op weg naar 2010 keuzen zal moeten maken. Zonder uitputtend te zijn noemen we een aantal omgevingstrends die zich in meerdere of mindere mate zullen manifesteren:
A. In Nederland zal de instroom van studenten afnemen en de bestuurlijke vrijheid van kennisinstellingen toenemen. Dit zal leiden tot fellere concurrentie tussen de universiteiten. Daarbij zal men pogen elkaar gebieden 'af te snoepen'. In wezen is die ontwikkeling al gaande. Zo'n neiging om 'dus' het werkveld (verder) te verbreden lijkt het verkenningsteam gevaarlijk (zie B).
B. De onderlinge concurrentie zal niet alleen toenemen op het vlak van onderwijs, maar ook op het vlak van (kwaliteit van) onderzoek. Innovatie wordt steeds meer contekstgedreven, cq vraaggestuurd en de roep om (snelle) technische en wetenschappelijke doorbraken groeit. Voeg daarbij de verdere internationalisering van de kennismarkt en het wordt duidelijk dat een universiteit binnen haar werkveld internationaal voorop moet lopen om te kunnen overleven. Die noodzaak wordt versterkt als de financiering steeds meer op basis van output geschiedt. Dit pleit sterk voor specialisatie op kern-activiteiten.
C. De toenemende financiering op output (profijtbeginsel) en de verschuiving van het accent in wetenschapsbeoefening naar contekstgedreven innovatie nopen universiteiten ertoe om zowel in de diepte als in de breedte van hun werkveld te blijven scoren. Een accent op duurzame ontwikkeling versterkt de noodzaak om beta- en gammawetenschappen te combineren. De specialisatie op een kern-activiteit mag niet leiden tot het verwaarlozen van samenhangen. Dit alles heeft z'n consequenties voor de werkvelden van de LUW:
- Omdat duurzaamheid een integraal onderdeel belooft te worden van het maatschappelijk en wetenschappelijk handelen bnnen alle afzonderlijke sectoren lijkt het niet zinvol om je als universiteit te profileren op milieu in de volle breedte.
- Op het platteland zullen meer functies geintegreerd worden die we tot op heden 'stedelijk' noemden (zoals wonen, zakelijke dienstverlening, enz.). Keuze voor dit werkveld impliceert dus een verbreding op onderdelen.
- De vraag naar voedingsmiddelen wordt steeds meer vanuit de vraag gestuurd waarmee de integrale voedselketen meer accent krijgt. Ook de invulling van dit werkveld impliceert dus een verbreding van de aandacht (zoals distributie, logistiek en marketing).
Vijf keuzegebieden
Bovenstaande lijkt te dwingen tot de keuze van een samenhangende kern-activiteit, die voldoende breed is om verantwoord innovatieve problemen aan te kunnen pakken, en voldoende begrensd om daadwerkelijk een internationale topinstelling te kunnen worden. Uiteindelijk komt het verkenningsteam tot de volgende vijf keuzegebieden:
- 1. Werkveld: Landbouw- en voedselketen en/of groente ruimte.
- 2. Maatschappelijke rol: (co-)innovator en/of onafhankelijk kritisch.
- 3. Geo-focus: ontwikkelde landen en/of ontwikkelingslanden.
- 4. Onderwijs: eerste fase en/of tweede fase en postdoc.
- 5. Onderzoek: wetenschapgedreven en/of contextgedreven.
Momenteel wordt veel gesproken over 'oplossingen' als consortiumvorming of fusie van LUW en DLO, strategische allianties, enz. Maar het verkenningsteam meent dat ingrepen in organisatie en structuur afgeleiden moeten zijn van de veel crucialer keuzen van werkveld, functies en 'markten' van een toekomstige LUW.
Na een keuze voor een duidelijke strategie en positionering wordt het zaak om de organisatorische condities te scheppen die de gekozen strategie de meeste kans van slagen geven. Pas dan is duidelijk welke activiteiten moeten worden opgebouwd of afgestoten en welke samenwerkingsverbanden en strategische allianties nodig zijn met andere Wageningse, nationale of internationale instellingen.
Het adres van de NRLO is:
NRLO, Postbus 20401, 2500 EK 's-Gravenhage.
Telefoon: 070 - 3785653/3793694; Fax: 070 - 3478167.
voor meer informatie: toestel 3653 of e-mail pieters@AM_KA@POST danwel d.p.pieters@innonet.agro.nl
[NRLO Home]