NRLO Nieuwsbrief 13 - april 1999

Evaluatiecommissie positief over de NRLO

"De evaluatiecommissie heeft grote waardering voor het vele werk van de NRLO. Het werkprogramma is uitgevoerd en heeft geleid tot vernieuwingen in het landbouwkundig onderzoek. Hierbij zijn theoretische kaders opgesteld, is goed samengewerkt met andere toekomstverkennende instanties, is consequent een stramien van werkwijzen gehanteerd en zijn vele nuttige producten gemaakt. Er is een uitgebreid netwerk van deskundigen en "stakeholders" opgebouwd."

Dit schrijft de evaluatiecommissie die, zoals afgesproken bij de installatie van de vernieuwde NRLO in 1995, na vier jaar een oordeel zou geven over het werk van de Raad. Het evaluatierapport is op de NRLO-site full-text beschikbaar.

De commissie, onder voorzitterschap van Drs. J.G.F. Veldhuis, zegt met grote belangstelling kennis te hebben genomen van de door de Raad gevolgde werkwijze. Het heeft geleid tot een groot aantal essays, workshops, verslagen en rapporten, het openbreken van het traditionele landbouwcircuit en het in kaart brengen van de belangen en belangentegenstellingen. In die zin is het werk van de NRLO volgens de commissie verdergegaan dan verkenningen.
De commissie waardeert ook de wijze waarop de Raad op originele wijze heeft bijgedragen aan theorievorming op het gebied van verkenningen en toekomstscenario's.

Samenstelling Evaluatiecommissie
Voorzitter:
Drs. J.G.F. Veldhuis voorzitter College van Bestuur Universiteit Utrecht
Leden:
Prof.Dr.Ir. J.L.A. Jansendirecteur Duurzame Technologie, VROM
Prof.Dr. J. de Jongdirecteur Kennis, Rijkswaterstaat
Prof.Ir. J. Witteveenoud-directeur TNO-Bouw
Secretaris:
Dr. B.J. Blaauboerprogrammacoördinator onderzoekbeoordelingen VSNU

Het werk van de NRLO heeft geresulteerd in een groot aantal noties en inzichten die beleidsconsequenties zullen of kunnen hebben. De commissie tekent daarbij aan dat het haar niet voldoende duidelijk geworden in welke mate het beleid ook daadwerkelijk deze inzichten heeft verwerkt. "Er lijkt soms geen goede afstemming te zijn tussen enerzijds de Raad (verkenning, beleidsadvisering) en anderzijds het Ministerie van LNV (beleidsvaststelling en -uitvoering). De relatie met het beleid op het door de Raad bestreken terrein wordt als gecompliceerd omschreven.
Uit de resultaten van een studie naar de impact van de NRLO, uitgevoerd door MMG Environment B.V., blijkt dat de waardering voor het werk van de Raad het grootst is in de hoek van de onderzoekinstellingen, die de resultaten van de Raad ook gebruiken als input voor de onderzoekagenda. Een samenvatting van de impactstudie is als bijlage bij het evaluatierapport gevoegd.
De commissie constateert een grotere aandacht voor de landbouwproductie dan voor de groene ruimte; veel en consistent werk is gedaan aan de intensieve teelt (incl. de diergezondheidsaspecten) en aan de milieu-effecten van de intensieve landbouw in het algemeen. Voorts wordt gesteld dat de Raad wat voorzichtig is omgegaan met problemen "die echt pijn doen", bijv. zaken als overproductie en protectie. De commissie ziet hier een samenhang met de gevolgde werkwijze: "nadrukkelijk in samenspraak met de stakeholders".

Door de vele parallelle activiteiten en de sectorgewijze benadering is volgens de commissie niet een totaalbeeld ontstaan van een samenhangende visie op de toekomst van het onderzoek in de gehele landbouwsector. De commissie ziet dit ook weerspiegeld in de geringe overlap in de deelname aan workshops. Een analyse van deze deelname leert dat veel workshops een eigen publiek trekken, kennelijk geïnteresseerd in de daar behandelde deelproblemen.

Voorts vindt de commissie dat het doen van een samenhangend pakket van verkenningen zich wat te sterk beperkt tot de landbouwsector in Nederland. Het was beter geweest als juist aan de plaats van het landbouwonderzoek in het gehele Nederlandse kennisbeleid, en ook aan de plaats in een Europese context, meer aandacht was besteed.

Visie op toekomst NRLO

De commissie beveelt aan om een slagvaardige, kwalitatief hoogwaardige Raad een nieuwe periode te laten ingaan. Een dergelijk orgaan vervult, zo merkt de commissie op, een belangrijke rol in het voortgaande proces van innovatie van onderwijs, opleiding en onderzoek in de sector. Een gezaghebbende onafhankelijke instantie, die alle betrokkenen (beleid, onderzoekinstellingen, belangengroeperingen) kritisch kan blijven bestoken. Indien zo'n Raad ondersteund wordt door een goed bureau met een adequaat budget, dan kan de omvang van de nieuwe Raad volgens de commissie kleiner zijn; wel moeten enkele leden gezocht worden buiten de landbouwsector.

De commissie doet tot slot een aantal suggesties voor onderwerpen van studie in een Raad nieuwe stijl.

upColofon

NRLO
Bezoekadres:Bezuidenhoutseweg 73
Postadres:Postbus 20401
2500 EK Den Haag
Tel. 070 - 3785653
Fax 070 - 3786149

Prof.dr.ir. A. Rörsch, voorzitter070 - 3785650
Dr.ir. A.P. Verkaik, directeur Bureau 070 - 3785692
Secretariaat
Mw. D.P. Pieters-van Wageningen070 - 3785653
Mw. M.J.V. Schouten-Hattink070 - 3785694
Mw. Y. van Zelst-van Wetten070 - 3785537
Medewerkers
Ir. N.A. Dijkveld Stol070 - 3785652
Dr. H. Hetsen070 - 3784106
Dr.ir. H.J. van Oosten070 - 3785727
Dr.ir. J.M.P. Papenhuijzen070 - 3784751
Ir. Hans Rutten070 - 3785777
Dr.ir. J.G. de Wilt070 - 3784774

Nieuwsbrief nummer 13 - April 1999

[NRLO Home]