"De evaluatiecommissie heeft grote waardering voor het vele werk van de NRLO. Het werkprogramma is uitgevoerd en heeft
geleid tot vernieuwingen in het landbouwkundig onderzoek. Hierbij zijn theoretische kaders opgesteld, is goed samengewerkt met andere toekomstverkennende instanties, is consequent een stramien van werkwijzen gehanteerd en zijn vele nuttige producten gemaakt.
Er is een uitgebreid netwerk van deskundigen en "stakeholders" opgebouwd."
Dit schrijft de evaluatiecommissie die, zoals afgesproken bij de installatie van de vernieuwde NRLO in 1995, na vier jaar een
oordeel zou geven over het werk van de Raad. Het evaluatierapport is op de NRLO-site full-text beschikbaar.
De commissie, onder voorzitterschap van Drs. J.G.F. Veldhuis, zegt met grote belangstelling kennis te hebben genomen van de
door de Raad gevolgde werkwijze. Het heeft geleid tot een groot aantal essays, workshops, verslagen en rapporten, het openbreken
van het traditionele landbouwcircuit en het in kaart brengen van de belangen en belangentegenstellingen. In die zin is het werk
van de NRLO volgens de commissie verdergegaan dan verkenningen.
De commissie waardeert ook de wijze waarop de Raad op originele wijze heeft bijgedragen aan theorievorming op het gebied van verkenningen en toekomstscenario's.
| Samenstelling Evaluatiecommissie | |
| Voorzitter: | |
| Drs. J.G.F. Veldhuis | voorzitter College van Bestuur Universiteit Utrecht |
| Leden: | |
| Prof.Dr.Ir. J.L.A. Jansen | directeur Duurzame Technologie, VROM |
| Prof.Dr. J. de Jong | directeur Kennis, Rijkswaterstaat |
| Prof.Ir. J. Witteveen | oud-directeur TNO-Bouw |
| Secretaris: | |
| Dr. B.J. Blaauboer | programmacoördinator onderzoekbeoordelingen VSNU |
Het werk van de NRLO heeft geresulteerd in een groot aantal noties
en inzichten die beleidsconsequenties zullen of kunnen hebben.
De commissie tekent daarbij aan dat het haar niet voldoende duidelijk
geworden in welke mate het beleid ook daadwerkelijk deze inzichten
heeft verwerkt. "Er lijkt soms geen goede afstemming te zijn
tussen enerzijds de Raad (verkenning, beleidsadvisering) en anderzijds
het Ministerie van LNV (beleidsvaststelling en -uitvoering). De
relatie met het beleid op het door de Raad bestreken terrein wordt
als gecompliceerd omschreven.
Uit de resultaten van een studie naar de impact van de NRLO, uitgevoerd
door MMG Environment B.V., blijkt dat de waardering voor het werk
van de Raad het grootst is in de hoek van de onderzoekinstellingen,
die de resultaten van de Raad ook gebruiken als input voor de
onderzoekagenda. Een samenvatting van de impactstudie is als bijlage
bij het evaluatierapport gevoegd.
De commissie constateert een grotere aandacht voor de landbouwproductie
dan voor de groene ruimte; veel en consistent werk is gedaan aan
de intensieve teelt (incl. de diergezondheidsaspecten) en aan
de milieu-effecten van de intensieve landbouw in het algemeen.
Voorts wordt gesteld dat de Raad wat voorzichtig is omgegaan met
problemen "die echt pijn doen", bijv. zaken als overproductie
en protectie. De commissie ziet hier een samenhang met de gevolgde
werkwijze: "nadrukkelijk in samenspraak met de stakeholders".
Door de vele parallelle activiteiten en de sectorgewijze benadering
is volgens de commissie niet een totaalbeeld ontstaan van een
samenhangende visie op de toekomst van het onderzoek in de gehele
landbouwsector. De commissie ziet dit ook weerspiegeld in de geringe
overlap in de deelname aan workshops. Een analyse van deze deelname
leert dat veel workshops een eigen publiek trekken, kennelijk
geïnteresseerd in de daar behandelde deelproblemen.
Voorts vindt de commissie dat het doen van een samenhangend pakket van verkenningen zich wat te sterk beperkt tot de landbouwsector in Nederland. Het was beter geweest als juist aan de plaats van het landbouwonderzoek in het gehele Nederlandse kennisbeleid, en ook aan de plaats in een Europese context, meer aandacht was besteed.
Visie op toekomst NRLO
De commissie beveelt aan om een slagvaardige, kwalitatief hoogwaardige
Raad een nieuwe periode te laten ingaan. Een dergelijk orgaan
vervult, zo merkt de commissie op, een belangrijke rol in het
voortgaande proces van innovatie van onderwijs, opleiding en onderzoek
in de sector. Een gezaghebbende onafhankelijke instantie, die
alle betrokkenen (beleid, onderzoekinstellingen, belangengroeperingen)
kritisch kan blijven bestoken. Indien zo'n Raad ondersteund wordt
door een goed bureau met een adequaat budget, dan kan de omvang
van de nieuwe Raad volgens de commissie kleiner zijn; wel moeten
enkele leden gezocht worden buiten de landbouwsector.
De commissie doet tot slot een aantal suggesties voor onderwerpen
van studie in een Raad nieuwe stijl.
| NRLO | |
| Bezoekadres: | Bezuidenhoutseweg 73 |
| Postadres: | Postbus 20401 |
| 2500 EK Den Haag | |
| Tel. 070 - 3785653 | |
| Fax 070 - 3786149 |
| Prof.dr.ir. A. Rörsch, voorzitter | 070 - 3785650 |
| Dr.ir. A.P. Verkaik, directeur Bureau | 070 - 3785692 |
| Secretariaat | |
| Mw. D.P. Pieters-van Wageningen | 070 - 3785653 |
| Mw. M.J.V. Schouten-Hattink | 070 - 3785694 |
| Mw. Y. van Zelst-van Wetten | 070 - 3785537 |
| Medewerkers | |
| Ir. N.A. Dijkveld Stol | 070 - 3785652 |
| Dr. H. Hetsen | 070 - 3784106 |
| Dr.ir. H.J. van Oosten | 070 - 3785727 |
| Dr.ir. J.M.P. Papenhuijzen | 070 - 3784751 |
| Ir. Hans Rutten | 070 - 3785777 |
| Dr.ir. J.G. de Wilt | 070 - 3784774 |