NRLO - Nieuwsbrief 1 - maart 1995
Inhoud:
- Netwerk
- de raad NRLO
- dagelijks bestuur NLRO
- NRLO klankboordgroepen
- Bureau NRLO
- Convenant
- Werkprogramma in hoofdlijnen
NRLO NIEUWE STIJL
De NRLO nieuwe stijl is per 1 januari 1995 officieel van start gegaan. Zo zijn taak en werkwijze vernieuwd, zijn Dagelijks Bestuur en klankbordgroepen ingesteld, en bestaan Raad en Bureau grotendeels uit nieuwe leden. De Instellingsregeling voor de NRLO nieuwe stijl is in de Staatscourant gepubliceerd.
Dit eerste nummer van de NRLO-Nieuwsbrief geeft informatie over de hoofdlijnen van de taak, werkwijze en organisatie van de nieuwe NRLO. Wij maken van deze eerste nieuwsbrief tevens gebruik om U de medewerkers en de directeur van het Bureau en de voorzitter van de Raad te presenteren.
Taak
De NRLO heeft volgens de Instellingsregeling een tweeledige taak:
- het verrichten van verkenningen van maatschappelijke, wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen; en
- het adviseren over de beleidsvoering inzake onderzoek en ontwikkeling op het werkterrein van de NRLO.
De NRLO richt zich naast wetenschappelijke verkenningen in het bijzonder op verkenningen van maatschappelijke ontwikkelingen. Dit zijn studies betreffende de strategische vraagstukken (kansen en bedreigingen) waarvoor de Nederlandse agri-business en het landelijk gebied zich in de komende decennia geplaatst zien. Daarbij worden in het bijzonder de potentiële consequenties voor de strategie van het landbouwkundig onderzoek bezien.
Hierbij gaat het om het in beeld brengen van opties en acties ten aanzien van richting (koers), inhoud (hoofdthema's, prioriteiten) en infrastructuur (organisatie en financiering) van het voor Nederland van belang zijnde landbouwkundig onderzoek.
Werkwijze/Aanpak
De verkenningen worden zodanig vormgegeven dat ze de discussie aanwakkeren en het denken stimuleren. Geen voorspellingen en pasklare antwoorden, maar het formuleren van dilemma's, uitdagingen en kansen. De verkenningen moeten de politieke en beleidsmatige discussie over de strategie voor het landbouwkundig onderzoek bevorderen.
Een belangrijk hulpmiddel bij de verkenningen is het opstellen van scenario's. De belangrijkste functie van scenario's is dat verschillende opties voor beleid zichtbaar en bespreekbaar worden gemaakt. Andere instrumenten die de NRLO hanteert zijn: ronde-tafel-gesprekken en strategische conferenties, workshops, studiedagen en studie-opdrachten.
De NRLO streeft naar samenwerking met andere organisaties bij het formuleren en uitwerken van de verkenningen. Voor sommige organisaties heeft dat al in zekere mate plaatsgevonden (bijv. Overlegcommissie Verkenningen (OCV) en Interdepartementaal Onderzoekprogramma Duurzame Technologische Ontwikkeling (DTO)), voor andere is overleg gaande (bijv. met Bureau Strategische Beleidsvorming LNV (BSB), Directie Wetenschap en Kennisoverdracht (DWK), DLO-Landbouw-Economisch Instituut (LEI-DLO), Informatie- en Kenniscentra (IKC's), Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), sectorraden en Rathenau Instituut).
Netwerk
Voor het functioneren van de NRLO is een netwerk van personen en organisaties van groot belang. De gewijzigde taakstelling stelt evenwel andere eisen aan het netwerk dan de oude situatie. Flexibiliteit van het netwerk, en de nadruk op een "ideeën-netwerk" in plaats van een "belangen-netwerk" staan voorop.
In de nieuwe opzet is gekozen voor een beperkte "vaste" structuur in de vorm van een Dagelijks Bestuur, een Raad en een zestal klankbordgroepen van betrekkelijk kleine omvang. Voorzitter en leden hebben op persoonlijke titel zitting in deze organen. Zij worden voor benoeming voorgedragen op grond van hun strategische en brede oriëntatie, deskundigheid, vernieuwingsgezindheid en hun inhoudelijk gezag in het veld.
Naast de beperkte vaste structuur zal in de nieuwe situatie het netwerk bestaan uit workshops, strategische conferenties, ad hoc groepen, begeleidingscommissies voor de verkennende studies, informele contacten en samenwerking met organen die door andere organisaties zijn opgericht.
De Raad NRLO
De Raad NRLO wordt gevormd door:
- Prof.Dr.Ir. A. Rörsch (voorzitter)
- Dr.Ir. A.P. Verkaik (secretaris)
- Dr. G.J.A. Al (adv. lid)
- Dr. R.J. Bogers
- Ir.Ing. H. de Boon
- Prof.Dr.Ir. E.W. Brascamp
- Ir. H.E. Clevering
- Drs. N. van Heijst
- Dr.Ir. B.G. Linsen
- Drs. A.J.M.M. Maes (adv. lid)
- Dr. J. Marks (adv. lid)
- W. Meijer
- P. Nijhoff
- Mr. M.J. Roos
- J. van der Veen
- Prof.Dr. L. van Vloten-Doting (adv. lid)
- Prof.Dr.Ir. L.C. Zachariasse
Dagelijks Bestuur NRLO
Het Dagelijks Bestuur wordt gevormd door:
Prof.Dr.Ir. A. Rörsch (voorzitter)
Dr.Ir. A.P. Verkaik (secretaris)
Dr. R.J. Bogers
Prof.Dr.Ir. E.W. Brascamp
Drs. N. van Heijst
Dr.Ir. B.G. Linsen
Prof.Dr.Ir. L.C. Zachariasse
NRLO-Klankbordgroepen
In de structuur en werkwijze van de nieuwe NRLO is een belangrijke plaats toegekend aan de klankbordgroepen.
Klankbordgroepen bestaan, naast de voorzitter, uit maximaal 8 leden; op ad hoc basis kunnen met instemming van de voorzitter andere personen deelnemen. Klankbordgroepen hebben een tripartite samenstelling (maatschappij/bedrijfsleven; wetenschap; overheid).
Naar verwachting zullen de klankbordgroepen circa 3x per jaar bijeenkomen.
De klankbordgroepen spelen in interactie met de leden van het Dagelijks Bestuur van de NRLO een rol bij:
a. het genereren en mede bepalen van het jaarlijkse NRLO-verkenningenprogramma;
b. het formuleren van de hoofdlijnen van het plan van aanpak per verkenning;
c. de bespreking van de concept-uitkomsten van de verkenningen;
d. de vormgeving van de follow-up van de verkenningen.
Klankbordgroepvoorzitters
- Natuur, Bos, Landschap, Recreatie en Landinrichting
- Prof.Dr.Ir. A. van den Brink
- Plantaardige Produktie en Afzet
- Ir. A.A.M. Sweep
- Dierlijke Produktie en Afzet
- J. de Veer
- Verwerking, Voeding en Gezondheid
- Dr. O. Korver
- Beleid en Maatschappij
- Prof.Dr. C.P. Veerman
- Visserij
- Drs. D.J. Langstraat
Overlegcollege Onderzoekorganisaties
Het Overlegcollege Onderzoekorganisaties ondersteunt de Raad bij het tot stand brengen en uitvoeren van het werkprogramma.
Het Overlegcollege bestaat uit:
Ir. M. Heuver (voorzitter), Directeur Dienst Landbouwkundig Onderzoek
Prof.Dr. H.W. de Vries, Dekaan Faculteit Diergeneeskunde
Prof.Dr. C.M. Karssen, Rector Magnificus Landbouwuniversiteit
Dr.Ir. P. Folstar, lid Raad van Bestuur TNO
Het Overlegcollege kan andere onderzoekorganisaties uitnodigen om aan zijn werkzaamheden deel te nemen.
Bureau NRLO
Het Bureau NRLO bereidt de NRLO-verkenningen voor en draagt zorg voor de coördinatie van de uitvoering. Voorts ondersteunt het Bureau de Raad, het Dagelijks Bestuur en de klankbordgroepen bij hun discussie en besluitvorming.
Het Bureau NRLO bestaat uit de volgende personen:
Ir. Nanko Dijkveld Stol
(1940)
studeerde na het behalen van het diploma van de Rijks Hogere Landbouwschool Algemene Agrarische Economie aan de toenmalige Landbouwhogeschool te Wageningen. Hij studeerde in 1967 af met het predikaat "met lof".
Na drie jaar bij de N.V. Philips Gloeilampenfabrieken te hebben gewerkt in de Marketing Research, trad hij in dienst bij TNO (Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek).
Hij verrichtte werkzaamheden ten behoeve van de NRLO en zijn organen, ten aanzien van analyse en prioriteitsafweging, overzien van maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen, het formuleren van het onderzoekbeleid en het organiseren van de coördinatie en de planning.
Bij de reorganisatie van de NRLO in 1986 kwam hij in dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Vanaf 1988 vervulde hij tevens de functie van strategische planning en algemene beleidsvoorbereiding bij de Directie Wetenschap en Technologie.
Hij is (mede)auteur van diverse publikaties op het gebied van het research-management.
Nanko Dijkveld Stol is vanaf 1 januari 1995 volledig werkzaam bij het Bureau van de NRLO, met als primair aandachtsgebied de Methodiekontwikkeling van verkenningen en de algemene beleidsvoorbereiding.
Dr. Hans Hetsen
(1940)
studeerde na de vervulling van zijn militaire dienstplicht van 1961 tot 1968 Sociale Economie aan de Universiteit van Amsterdam.
Van 1969 tot en met 1975 werkte hij bij het Centraal Planbureau op de afdeling regionale planning, waar hij zich onder andere bezighield met regionaal economische modellenbouw en met prognoses van regionaal economische ontwikkelingen.
In 1976 trad hij als wetenschappelijk medewerker in dienst van de (toenmalige) Landbouwhogeschool bij de vakgroep Planalogie. Sinds 1 oktober 1989 is hij als universitair hoofddocent werkzaam bij de vakgroep Ruimtelijke Planvorming, sectie Planologie. In november 1991 promoveerde Hans Hetsen samen met M.C. Hidding op een proefschrift getiteld 'Landbouw en ruimtelijke organisatie in Nederland; analyse en toekomstverkenning van een regionaal gedifferentieerde betrekking'.
Vanaf 1994 is hij waarnemend hoofd van de sectie Planologie en tevens werkzaam voor de Werkgroep Recreatie.
Vanaf 1 maart 1995 is Hans Hetsen voor drie dagen per week werkzaam bij het Bureau van de NRLO, met als primair aandachtsgebied Natuur, Bos, Landschap, Recreatie en Landinrichting.
Dr.Ir. Henk van Oosten
(1943)
studeerde van 1960 - 1968 aan de Landbouwhogeschool (LH) te Wageningen bij de Vakgroep Tuinbouwplantenteelt. Daarna bewerkte hij een proefschrift bij de Vakgroep Virologie van de LH. Vanaf 1971 werkte hij als onderzoeker bij het Proefstation voor de Fruitteelt in Wilhelminadorp. Bij deze instelling vervulde hij van 1984 tot 1988 de functie adjunct-directeur onderzoek. Sedert 1988 was Henk van Oosten als adjunct-directeur onderzoek werkzaam bij het Proefstation voor de Tuinbouw onder Glas te Naaldwijk. In die functie had hij een belangrijk aandeel in de fusie van de proefstations te Naaldwijk en te Aalsmeer. Hij was onder andere voorzitter van de Stuurgroep Gesloten Bedrijfssystemen voor de Glastuinbouw.
Henk van Oosten is met ingang van 1 februari 1995 werkzaam bij het Bureau van de NRLO, met als primair aandachtsgebied Plantaardige Produktie en Afzet.
Dr.Ir. Hans Papenhuijzen
(1940)
behaalde in 1963 het diploma Natuurkundig Ingenieur aan de toenmalige Technische Hogeschool te Eindhoven (THE). Na zijn militaire diensttijd trad hij in dienst van het Unilever Research Laboratorium te Vlaardingen. Op basis van zijn onderzoek aldaar promoveerde hij in 1970 aan de THE op een proefschrift "Reologie van dispersies (emulsies en suspensies)".
Sindsdien is hij betrokken geweest bij onderzoek en ontwikkeling op het gebied van de voedingsmiddelentechnologie. Na circa 10 jaar onderzoek was hij 5 jaar hoofd van de Ontwikkelingsafdeling van de Oliemolendivisie van Unilever.
In 1979 verliet hij Unilever en aanvaardde een functie als directeur Research van de Coöperatieve Condensfabriek (CCF/Friese Vlag) te Leeuwarden, waar hij leiding gaf aan onderzoek en ontwikkeling op zuivelgebied. In 1988 verliet hij CCF en heeft hij enkele jaren een soortgelijke functie vervuld bij Melkunie te Woerden, totdat de fusie met Campina tot stand kwam.
In 1991 trad hij in dienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij de Directie Wetenschap en Technologie, van waaruit ook het secretariaat van de NRLO (Sector-Kamer Verwerking en Marktvoorziening) werd verzorgd.
Vanaf 1 januari 1995 is Hans Papenhuijzen volledig werkzaam bij het Bureau van de NRLO. Zijn primaire aandachtsgebied is Verwerking, Voeding en Gezondheid.
Mw. Erna Pieters
(1961)
volgde na het behalen van het HAVO-diploma de éénjarige opleiding tot secretaresse bij het Instituut Schoevers te Rotterdam. In 1980 is zij in dienst getreden bij de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek TNO als administratief medewerkster. Gedurende een aantal jaren was zij hoofd administratie bij NRLO-TNO. Na de onderbrenging van het secretariaat van de NRLO bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (Directie Wetenschap en Technologie) was zij directiesecretaresse NRLO en DWT. Sinds 1 januari 1995 is Erna Pieters als directiesecretaresse volledig werkzaam bij het Bureau van de NRLO.
Prof.Dr.Ir. Arthur Rörsch
(1933)
trad na zijn studie scheikundige technologie in Delft, in dienst bij het Medisch-Biologisch Laboratorium TNO in Rijswijk, eerst als onderzoeker daarna als plaatsvervangend directeur.
In 1962 promoveerde hij tot doctor in de natuurwetenschappen. Van 1973 tot 1979 was Arthur Rörsch hoogleraar biochemie, Faculteit der Wis- en Natuurkunde aan de Rijksuniversiteit te Leiden.
In 1980 is hij benoemd tot lid van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek TNO. In deze functie, die hij tot 1994 heeft vervuld, trad hij op als vice-voorzitter van de RvB-TNO, belast met onder andere gezondheidsonderzoek, voedingsmiddelenonderzoek, milieu-onderzoek en biotechnologie.
Hij was sinds 1981 lid van het Overlegcollege Onderzoekorganisaties en de Algemene Kamer van de NRLO.
Per 1 februari 1994 is Arthur Rörsch benoemd tot voorzitter van de Raad van de NRLO.
Ir. Hans Rutten
(1957)
studeerde in 1985 af aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, in de richting algemene agrarische economie. Na een jaar bij het Bureau Studium Generale van de LU te hebben gewerkt, trad hij in 1986 in dienst bij het DLO-Landbouw-Economisch Instituut, bij de Afdeling Algemeen Economisch Onderzoek en Statistiek. Bij LEI-DLO heeft hij onderzoek gedaan op het gebied van het EG-landbouwbeleid, internationale handel, en technologie-ontwikkeling en beleid. Hans Rutten was een van de auteurs van het WRR-rapport over het landbouwtechnologiebeleid in Nederland (1991), het NRLO-rapport "Kundig kiezen voor landbouw en onderzoek" (1993), en van de recentelijk verschenen toekomstverkenning van LEI-DLO en IKC "Voorbij het verleden" (1994).
Hans Rutten is per 1 februari 1995 werkzaam bij het Bureau van de NRLO, met als primair aandachtsgebied Beleid en Maatschappij.
Mw. Mariëtte Schouten
(1952)
heeft na haar MULO-opleiding de Handels Avondschool gevolgd, met daarna een korte opleiding tot secretaresse. Vanaf 1967 t/m 1971 is zij werkzaam geweest bij de Algemene Bank Nederland N.V. en heeft daar diverse afdelingen doorlopen. Hierna heeft zij enkele jaren gewerkt als secretaresse bij een import- en exportfirma in automaterialen, gevolgd door een periode als 'oproepkracht' bij diezelfde firma.
Vanaf 1988 was zij werkzaam bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij als secretaresse/plv. directiesecretaresse bij de directie Landbouwonderwijs. Na een reorganisatie binnen deze directie heeft zij de funktie van Hoofd Secretariaat vervuld vanaf medio 1991 t/m 1994.
Sinds 1 januari 1995 is Mariëtte Schouten als directiesecretaresse werkzaam bij het Bureau van de NRLO.
Dr.Ir. Arie Pieter Verkaik
(1941)
studeerde af aan de toenmalige Landbouwhogeschool (veevoeding, landbouweconomie, agrarisch recht en industriële bedrijfskunde). Hij promoveerde in 1977 op een proefschrift op het gebied van de strategische beleidsvorming in organisaties. Na enkele jaren werkzaam te zijn geweest in het landbouwonderwijs bekleedde hij van 1965 tot 1971 functies bij de Directie Organisatie en Efficiency en de Directie Landbouwkundig Onderzoek. Van 1971 tot 1986 werkte hij bij TNO (Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek). Daarbij hield hij zich in het bijzonder bezig met de ontwikkeling van de meerjarenplanning voor het landbouwkundig onderzoek.
Sedert 1986 is Verkaik Secretaris van de NRLO, welke functie hij van 1990 -1994 combineerde met die van plaatsvervangend Directeur Wetenschap en Technologie. De ontwikkeling van het kennisbeleid van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij was daarbij één van zijn aandachtsgebieden.
Per 1 januari 1995 is Arie Pieter Verkaik benoemd tot Directeur van het Bureau van de NRLO.
Dr.Ir. Jan de Wilt
(1957)
studeerde in 1981 af aan de Landbouwuniversiteit Wageningen, richting zoötechniek. In dienst van achtereenvolgens de LU en het DLO-Instituut voor Mechanisatie, Arbeid en Gebouwen verrichtte De Wilt onderzoek naar het gedrag van vleeskalveren in relatie tot houderijmethoden, waarop hij in 1985 promoveerde. Na een korte periode als stafmedewerker bij het IMAG-DLO stapte hij in 1986 over naar DLO-centraal als coördinator van het onderzoek ten behoeve van de dierlijke sectoren. Vanaf 1990 tot en met 1994 was De Wilt als hoofd van een beleidsafdeling bij de Directie Veehouderij en Zuivel van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij belast met de coördinatie van het praktijkonderzoek en de ontwikkeling van het onderzoek- en (vanaf 1993) ook het voorlichtingsbeleid van de directie.
Vanaf 1 januari 1995 is Jan de Wilt werkzaam bij het Bureau van de NRLO, met als primair aandachtsgebied Dierlijke Produktie en Afzet.
Ing. Aad van den Berg (1939), Dr.Ir. Gerard Weststeijn (1934) en Mw. Annerieke Water-Jongboer (1947), die reeds vele jaren deel uitmaken van het NRLO-secretariaat, blijven tot 1 april 1995 werkzaam bij het Bureau van de NRLO. Ir. Floris Zuidema (1935) blijft aan het Bureau van de NRLO verbonden tot 1 september 1995.
Convenant
Tussen de Bestuursraad LNV en de voorzitter NRLO is, mede met het oog op de splitsing DWT-NRLO per 1 januari 1995, een convenant met betrekking tot de organisatorische en beheersrelatie LNV-NRLO gesloten.
Enkele belangrijke punten uit het convenant zijn:
- De NRLO functioneert als zelfstandige organisatie. De Directeur Bureau NRLO is verantwoordelijk voor het personeel en de financiën van de NRLO en de voorzitter van de NRLO rapporteert rechtstreeks aan de Bestuursraad van LNV.
- LNV garandeert een inzet van 9 formatieplaatsen voor het Bureau NRLO voor een periode van vier jaar.
- De NRLO heeft naast de personele inzet een gegarandeerd studie-budget van _ 0,5 miljoen per jaar.
- Op basis van het concept jaar-werkprogramma van de NRLO kan door de voorzitter van de NRLO in overeenstemming met de Directeur FEZ bij de Bestuursraad LNV een voorstel ter goedkeuring worden ingediend voor bekostiging van andere uit te besteden werkzaamheden, tot een maximum van _ 2 miljoen per jaar.
- September 1998 zal een evaluatie plaatsvinden van de resultaten NRLO. Tevens zal van NRLO-zijde een gedocumenteerd voorstel worden gedaan voor eventuele voortzetting van de activiteiten.
Werkprogramma in hoofdlijnen
Op basis van de NRLO-werkconferentie medio november 1994 en daarop aansluitende discussie van Dagelijks Bestuur en Raad NRLO, zijn als thema's voor het NRLO-werkprogramma 1995 gekozen:
- Thema 1:
- Maatschappelijke en culturele positie van landbouw, natuur en nieuwe produktiemethoden
- Thema 2:
- Plattelandsontwikkeling
- Thema 3:
- Nieuwe afzet-, verwerkings- en produktiesystemen
- Thema 4:
- De Nederlandse visserij in de volgende eeuw
- Thema 5:
- Organisatie van de innovatie
De thema's 1 t/m 3 zijn zo gekozen dat van buiten naar binnen wordt gewerkt: maatschappelijke context (thema 1) ---> landelijk gebied (thema 2) ---> agri-business-systemen (thema 3). Gelet op de aanzienlijke verschillen tussen platteland en landbouw enerzijds en visserij anderzijds is voor de onderwerpen met betrekking tot de visserij-ontwikkeling een apart cluster in het werkprogramma opgenomen.
Thema 5 (organisatie van de innovatie) staat als het ware dwars op de thema's 1 t/m 4. De in het kader van thema 5 te verwerven inzichten zijn van belang bij de uitwerking van ieder van de thema's 1, 2, 3 en 4. Door de vijf thema's in samenhang en gelijktijdig te verkennen, kunnen belangrijke synergetische voordelen worden bereikt.
Voor iedere (thema)verkenning wordt thans een startnotitie opgesteld. Opzet, inhoud en draagvlak van de startnotitie zijn essentieel voor het welslagen van de verkenning. De startnotities worden dit voorjaar in het netwerk van de NRLO besproken. Begin juni 1995 stelt de Raad de definitieve versie van de startnotities, het meerjarenwerkprogramma en de begroting vast.
Het NRLO-werkprogramma 1995 is bij het secretariaat van de NRLO verkrijgbaar.
NRLO-adres
Het adres van de NRLO is:
NRLO, Postbus 20401, 2500 EK 's-Gravenhage.
Telefoon: 070 - 3785653/3793694; Fax: 070 - 3478167.
voor meer informatie: toestel 3653 of e-mail pieters@AM_KA@POST danwel d.p.pieters@innonet.agro.nl
[NRLO Home]