Jaarverslag 1996

Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek

Voorwoord
Hoofdstuk 1 Hoofdlijnen NRLO-werkzaamheden
1.1 Doel
1.2 Producten
1.2.1 Verkenningen
1.2.2 Programmeringsstudies
1.2.3 Achtergrondstudies
1.3 Doelgroepen
1.4 Draagvlakontwikkeling en implementatie
Hoofdstuk 2 Thema's voor verkenningen
2.1 Maatschappelijke en culturele positie van landbouw en natuur in de 21e eeuw
2.2 Plattelandsontwikkeling
2.2.1 Proefverkenning
2.2.2 Rurale ontwikkeling in publicaties
2.2.3 Regionale grondbalansen tot 2015
2.2.4 Toekomstonderzoek en strategische beleidsvorming
2.2.5 Interactie Stad - Land 21
2.2.6 Markt- en ketenkennis en de ontwikkeling van de goene ruimte
2.3 Afzet-, verwerkings-, en productiesystemen in de 21e eeuw
2.3.1 Consument en markt in de 21e eeuw
2.3.2 Hulpstoffen en Energie in landbouwsystemen in 2015 (HELI 2015)
2.3.3 Agribusiness in 2010, onder invloed van internationalisering
2.3.4 Diergezondheid 2015
2.3.5 Ontwikkeling in wetenschap en technologie
2.4 Vis en visserij in de 21e eeuw
2.5 Organisatie en innovatie
2.5.1 Landbouwwetenschappen in 2010: de positie van de LUW
2.5.2 Innovatie in land- en tuinbouw in 2015
2.5.3 Samenwerken en concurreren
Hoofdstuk 3. Thema's voor programmeringsstudies
3.1 Milieubewuste consument
3.2 Recreatie, landschap en plattelandsvernieuwing
3.3 Input-outputrelaties en de besluitvorming van boeren
3.4 Drastische verbetering van de nutriëntenbenutting in de dierlijke productie
3.5 Biodiversiteit
Hoofdstuk 4. NRLO: tasks, issues and organisation
Hoofdstuk 5. Algemene gegevens NRLO
Bureau, Raad en Klankbordgroepen
Financiën
Uitgebrachte publikaties
Workshops/symposia
Overige activiteiten
Afkortingen

Colofon

NRLO
Bezoekadres: Bezuidenhoutseweg 73
's-Gravenhage
Postadres: Postbus 20401
2500 EK 's-Gravenhage
Telefoon: 070 378 5653 / 5694 / 5537
Fax: 070 378 6149
E-mail: d.p.pieters@innonet.agro.nl
Website: http://www.agro.nl/nrlo/

 

InhoudsopgaveVoorwoord

Het jaar 1996 was voor de NRLO het tweede in een reeks van vier waarin een strak meerjarenprogramma wordt afgewerkt.
In 1995 zijn vrijwel gelijktijdig verkenningen rond vijf hoofdthema's op de rails gezet:

  1. Maatschappelijke en culturele positie van landbouw en natuur in de 21e eeuw
  2. Plattelandsontwikkeling
  3. Afzet-, verwerkings- en productiesystemen in de 21e eeuw
  4. Vis en visserij in de 21e eeuw
  5. Organisatie van innovatie
Het gevolg van deze parallelliteit is dat het merendeel van de eindproducten ook binnen een betrekkelijk klein tijdsbestek, van de laatste maanden in 1997 tot de eerste maanden 1998, gereed zullen komen.

De werkzaamheden in 1996 werden hierdoor ook gekenmerkt door de specifieke fase waarin zulke verkenningen in het tweede jaar van hun ontwikkeling verkeren: het uitwerken van de eerder geformuleerde startnotities tot een programma voor deelstudies binnen elk thema.
De vijf thema's vertonen met elkaar een zekere overlapping. Bepaalde deelstudies zijn voor meerdere thema's van belang. De parallelle uitvoering van de verkenningen bevordert de efficiëntie van de werkzaamheden en zal op termijn ook de samenhang van de thema's duidelijk kunnen worden. In principe is echter een nadeel van de parallelliteit dat bij een bepaalde verkenning op het gebied van een thema geen optimaal gebruik gemaakt wordt van de leerervaring opgedaan met een daarvóór volledig doorlopen verkenning. Zulks is van belang omdat de bij verkenningen gebruikte methodieken nog steeds een evolutie doormaken. Toch is de parallelliteit in dit opzicht vooralsnog niet als een ernstig nadeel ondervonden. Het blijkt dat binnen elk thema niet elke methodiek even goed bruikbaar is, binnen verschillende thema's verschillende methodieken de voorkeur verdienen. De parallelle aanpak leidt tot een zeer interessante vergelijking, in elk stadium van een verkenning, van verschillende methodieken, en hoe deze verder kunnen worden ontwikkeld dan wel aangepast. De NRLO ontwikkelt zich hierdoor tot een 'lerende organisatie' bij uitstek, op het gebied van verkenningsmethodieken.Voorts, één verkenningsonderwerp, is wel volledig van begin- tot eindstadium doorlopen. In 1995 kreeg de NRLO het verzoek van de Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, om met de Overleg Commissie Verkenningen (OCV) met spoed een verkenning te verrichten naar de positie van de Landbouwuniversiteit Wageningen in het licht van de te verwachten ontwikkelingen in de landbouwwetenschappen tot het jaar 2010. Hierdoor ontstond in 1996 een hoge werkdruk. De nood is echter een deugd gebleken. In korte tijd werd ervaring verkregen met elk onderdeel van het volledige verkenningsproces:
a. het identificeren van alle mogelijke autonome en beïnvloedbare (omgevings)variabelen
b. het vaststellen van de onderlinge samenhang daartussen
c. het bundelen van de variabelen tot een beperkt aantal hoofdtrends
d. het analyseren van de strategische ruimte
e. het genereren van een beperkt aantal opties
f. het formuleren van de consequenties voor wetenschaps- en technologie-ontwikkeling op grond van die opties

Zoals in het voorgaande reeds gesteld, leidt deze ervaring niet tot een eenheidsrecept voor het verrichten van verkenningen. Binnen elk van de eerdergenoemde vijf thema's zal met name het accent op elk van de stappen a t/m f verschillend liggen.

Een belangrijk onderdeel van het leerproces in 1996 was ook de ontwikkeling van de onderlinge relaties tussen de verschillende actoren en groepen van actoren in het productieproces, te weten de voltallige Raad NRLO, diens Dagelijks Bestuur, de staf NRLO en de medewerkers in het netwerk. De voor 'raden' conventionele aanpakken zijn daarbij grotendeels verlaten. De voltallige Raad heeft nog steeds de eindverantwoordelijkheid voor alle werkzaamheden maar ontwikkelt zich vooral ook tot een toezichthoudend orgaan op de kwaliteit van het werk. De interactie tussen de leden van het Dagelijks Bestuur en de stafmedewerkers is sterk geïntensiveerd.
Het netwerk is niet meer opgedeeld in gefixeerde groepen voor specifieke gebieden (zoals voorheen bijvoorbeeld plantaardige versus dierlijke productie) doch er wordt gebruik gemaakt van studie- en werkgroepen met een zeker ad-hoc karakter.
De interacties tussen de actoren zijn in 1996 zeker nog niet vlekkeloos geweest. Een ieder moest zijn plaats nog vinden. Bijvoorbeeld de betrokkenheid van leden van de Raad bij werkzaamheden op de werkvloer is voor verbetering vatbaar. Offertes voor het verrichten van deelstudies zijn afgekeurd of sterk bijgesteld, wanneer daaraan onvoldoende toekomstgericht denken ten grondslag lag.
Niet iedereen is al gewend aan het verschijnsel dat in het landbouw-circuit de consensuscultuur wordt doorbroken (hetgeen wordt nagestreefd door voor de toekomst, vanuit een orgaan als de NRLO, steeds verschillende opties te formuleren).
Ik meen toch voor het merendeel van de betrokkenen te spreken door te stellen dat het wordingsproces van de nieuwe aanpak als buitengewoon boeiend wordt ervaren, in goed collegiaal overleg - op elk van de niveaus en tussen de niveaus - verloopt en dat met vertrouwen het 'aangenomen werk' in 1997 wordt voortgezet.

A. Rörsch
Voorzitter Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek

 

Inhoudsopgave1 Hoofdlijnen NRLO- werkzaamheden

Inhoudsopgave1.1 Doel

De NRLO richt zich op: