Colofon
NRLO |
Het jaar 1996 was voor de NRLO het tweede in een reeks van vier waarin een strak meerjarenprogramma wordt afgewerkt.
In 1995 zijn vrijwel gelijktijdig verkenningen rond vijf hoofdthema's op de rails gezet:
De werkzaamheden in 1996 werden hierdoor ook gekenmerkt door de specifieke fase waarin zulke verkenningen in het tweede jaar van hun ontwikkeling verkeren: het uitwerken van de eerder geformuleerde startnotities tot een programma voor deelstudies binnen elk thema.
De vijf thema's vertonen met elkaar een zekere overlapping. Bepaalde deelstudies zijn voor meerdere thema's van belang. De parallelle uitvoering van de verkenningen bevordert de efficiëntie
van de werkzaamheden en zal op termijn ook de samenhang van de thema's duidelijk
kunnen worden. In principe is echter een nadeel van de parallelliteit dat bij een bepaalde verkenning
op het gebied van een thema geen optimaal gebruik gemaakt wordt van de leerervaring
opgedaan met een daarvóór volledig doorlopen verkenning. Zulks is van belang omdat de bij verkenningen gebruikte methodieken nog steeds een evolutie doormaken. Toch is de parallelliteit in dit opzicht vooralsnog
niet als een ernstig nadeel ondervonden. Het blijkt dat binnen elk thema niet elke methodiek even goed bruikbaar is, binnen verschillende thema's verschillende methodieken de voorkeur verdienen. De parallelle aanpak leidt tot een zeer interessante vergelijking, in elk stadium van een verkenning,
van verschillende methodieken, en hoe deze verder kunnen worden ontwikkeld dan wel aangepast. De NRLO ontwikkelt zich hierdoor tot een 'lerende organisatie' bij uitstek, op het gebied van verkenningsmethodieken.Voorts, één verkenningsonderwerp, is wel volledig van begin- tot eindstadium doorlopen. In 1995 kreeg de NRLO het verzoek van de Ministers van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, om met de Overleg Commissie
Verkenningen (OCV) met spoed een verkenning te verrichten naar de positie van de Landbouwuniversiteit Wageningen in het licht van de te verwachten ontwikkelingen in de landbouwwetenschappen tot het jaar 2010. Hierdoor ontstond in 1996 een hoge werkdruk. De nood is echter een deugd gebleken. In korte tijd werd ervaring verkregen met elk onderdeel van het volledige verkenningsproces:
a. het identificeren van alle mogelijke autonome en beïnvloedbare (omgevings)variabelen
b. het vaststellen van de onderlinge samenhang daartussen
c. het bundelen van de variabelen tot een beperkt aantal hoofdtrends
d. het analyseren van de strategische ruimte
e. het genereren van een beperkt aantal opties
f. het formuleren van de consequenties voor wetenschaps- en technologie-ontwikkeling op grond van die opties
Zoals in het voorgaande reeds gesteld, leidt deze ervaring niet tot een eenheidsrecept voor het verrichten van verkenningen. Binnen elk van de eerdergenoemde vijf thema's zal met name het accent op elk van de stappen a t/m f verschillend liggen.
Een belangrijk onderdeel van het leerproces in 1996 was ook de ontwikkeling van de onderlinge relaties tussen de verschillende actoren en groepen van actoren in het productieproces, te weten de voltallige
Raad NRLO, diens Dagelijks Bestuur, de staf NRLO en de medewerkers in het netwerk. De voor 'raden' conventionele aanpakken zijn daarbij grotendeels verlaten. De voltallige Raad heeft nog steeds de eindverantwoordelijkheid voor alle werkzaamheden maar ontwikkelt zich vooral ook tot een toezichthoudend
orgaan op de kwaliteit van het werk. De interactie tussen de leden van het Dagelijks Bestuur en de stafmedewerkers is sterk geïntensiveerd.
Het netwerk is niet meer opgedeeld in gefixeerde groepen voor specifieke gebieden (zoals voorheen bijvoorbeeld plantaardige versus dierlijke productie) doch er wordt gebruik gemaakt van
studie- en werkgroepen met een zeker ad-hoc karakter.
De interacties tussen de actoren zijn in 1996 zeker nog niet vlekkeloos geweest. Een ieder moest zijn plaats
nog vinden. Bijvoorbeeld de betrokkenheid van leden van de Raad bij werkzaamheden op de werkvloer is voor verbetering vatbaar. Offertes voor het verrichten van deelstudies zijn afgekeurd of sterk bijgesteld, wanneer daaraan onvoldoende toekomstgericht denken ten grondslag lag.
Niet iedereen is al gewend aan het verschijnsel dat in het landbouw-circuit de consensuscultuur wordt doorbroken (hetgeen wordt nagestreefd door voor de toekomst, vanuit een orgaan als de NRLO,
steeds verschillende opties te formuleren).
Ik meen toch voor het merendeel van de betrokkenen te spreken door te stellen dat het wordingsproces van de nieuwe aanpak als buitengewoon boeiend wordt ervaren, in goed collegiaal overleg - op elk van de niveaus en tussen de niveaus - verloopt en dat met vertrouwen het 'aangenomen werk' in 1997 wordt voortgezet.
A. Rörsch
Voorzitter Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek
De kernpunten van een NRLO-verkenningsrapport zijn:
De achtergrondstudies worden verricht in het kader van de toekomstverkenningen. Ze behelzen een combinatie van een review, een essay en een consultancy activiteit. Na een overzicht op hoofdlijnen
van de huidige situatie en de nu beschikbare kennis proberen de auteurs de kansen en risico's van mogelijke nieuwe benaderingen en strategieën te bezien in het licht van mogelijke trends en trendbreuken in de toekomst.
Daarbij laten zij zich inspireren door interessante ideeën en inzichten van anderen, en door ervaringen en inzichten uit andere sectoren, vakgebieden en landen. De aard van het onderwerp en vooral van het soort benadering vereist een voortdurend schakelen tussen verschillende integratie niveaus. Het resultaat is een open discussiestuk dat zich leent voor bespreking in een workshop. Een stuk dat denkrichtingen
en keuzemogelijkheden openlegt en uitdaagt tot discussie.
Zowel de achtergrondstudies zelf als de uitkomsten van de workshop-discussies vormen vervolgens weer belangrijke informatiebronnen bij het voorbereiden en uitwerken van NRLO-toekomstverkenningen.
Mede omdat aan deze op vernieuwing gerichte achtergrondstudies hoge kwaliteitseisen worden gesteld hebben ze direct en indirect vrij grote invloed op de vernieuwing in het landbouwonderzoek. Zo worden in het kader van het NRLO-werkprogramma 1995-1997 zo'n vijftig achtergrondstudies verricht. Als daar gemiddeld twee auteurs bij betrokken zijn wil dat zeggen dat zo'n honderd vooraanstaande personen zich - ieder op hun werkgebied - indringend bezinnen op wenselijke vernieuwingen in het onderzoek. Bij de workshops
- waarop de potentiële vernieuwingen vervolgens uitvoerig worden toegelicht en bediscussieerd - zijn gemiddeld zo'n dertig personen uit het betreffende werkveld betrokken.
De NRLO - inmiddels veertig jaar oud - is van oudsher een netwerkorganisatie. De betekenis en de waarde van dit type organisatie komen de laatste jaren weer scherper in het licht. In de huidige opvattingen over de maakbaarheid van de samenleving is het niet meer zo dat overheden door middel van een hiërarchische sturing vorm geven aan de toekomst. De krachten die de toekomstige ontwikkelingen bepalen worden tegenwoordig verondersteld tot stand te komen in een netwerkachtig samenspel van bedrijfsleven, maatschappelijke groeperingen, overheden, politiek en kennisinstellingen. 'Draagvlakontwikkeling' en 'implementatie' komen daarmee in een ander perspectief te staan, namelijk niet in het perspectief van eerst plannen ontwikkelen en daar dan draagvlak voor scheppen, maar in het perspectief van een gezamenlijk zoeken en leren en een gezamenlijke wilsvorming. De NRLO richt zich erop gunstige voorwaarden voor dat proces te scheppen.
Op basis van nadere discussie binnen het Dagelijks Bestuur en het Bureau van de NRLO is eind 1996 besloten de verkenning primair te richten op de veranderende relatie tussen landbouw en maatschappij op weg naar 2015. Een aantal deskundigen wordt gevraagd om - ieder vanuit een bepaalde invalshoek - een discussienota te schrijven over deze problematiek. Deze nota's zullen medio 1997 in een workshop aan de orde worden gesteld. Voor het overige is in het verslagjaar weinig voortgang geboekt met dit thema. Dit is te wijten aan de prioriteit die gegeven moest worden aan de verkenning 'Landbouwwetenschappen in 2010: de positie van de LUW' (zie hoofdstuk 2.5.1.).
Marktwensen moeten worden terugvertaald naar producten en productieprocessen. En dàt kan weer consequenties hebben voor wetenschap en technologie. Prof.dr. W. Jongen (LUW, Geïntegreerde Productkunde) zal dit onderwerp op verzoek van de NRLO nader uitdiepen in een essay onder de titel 'Van (markt)wenselijkheid naar (technologische) haalbaarheid'.
Wat dit alles betekent voor de organisatie van de agrarische productieketens was een van de onderwerpen van het FLAK-project. Hierover is een aantal malen gerapporteerd in de zomer van 1996 en tijdens de AKK-Conferentie 'Ketens in beweging' in december 1996. Belangrijke aspecten bleken ondermeer de logistieke besturing en ontkoppelmomenten zo laat mogelijk in het voortbrengingsproces. Ook werd een belangrijke rol toegedicht aan de informatiestromen, zowel stroomop- als stroomafwaarts.
Na de zomer werd een begin gemaakt met het opstellen van een raamwerk voor de eindrapportage van 'Consument en markt in de 21e eeuw'. Dat verbeterde het zicht op de onderdelen die nog nadere uitdieping behoeven. Voorbeelden daarvan zijn hierboven genoemd. In 1997 wordt dit raamwerk verder ingevuld.
In 1996 zijn een aantal studies bij verschillende instellingen uitgezet. Aan het eind van het verslagjaar zijn de meeste tussenrapportages beschikbaar gekomen en bediscussieerd in verschillende fora. Afronding van de rapportages wordt rond april 1997 verwacht. Deze studies vormen de basis voor een NRLO-visie op de belangrijkste opgaven voor wetenschap en technologie op dit gebied voor de komende jaren:
Agribusiness
Twee studies richten zich specifiek op de agribusiness.
Dr. J. Verhagen (Nehem) interviewt key-actoren over de keuzeproblemen en
onzekerheden die internationalisatie onder de huidige omstandigheden veroorzaakt
en de denkbare gevolgen voor het kennismanagement van ondernemingen. Dr.
R. van Tulder (EUR) en drs. W. Bijman (LEI-DLO) onderzoeken de verschillende
internationaliseringsstrategieën van bedrijven en de betekenis daarvan
voor het kennisbeleid.
Kennisinstellingen
De dynamiek van kennisinstellingen (in Nederland en enkele andere landen) onder invloed van internationalisatie wordt onderzocht door mw. drs. C. Enzing (STB-TNO). De vraag luidt in hoeverre het beleid
van kennisinstellingen wordt beïnvloed door veranderende marktomstandigheden, financiering van onderzoek en internationalisatie van het bedrijfsleven. Hoe speelt men bijvoorbeeld in op de veranderende positie en het zich wijzigende kennis-zoekgedrag van het bedrijfsleven?
Overheden
Prof.dr. D. Jacobs (STB-TNO) wijdt een essay aan overheden, R&D-beleid en internationalisatie. Centraal staat daarbij de vraag welke beleidsruimte de (nationale) overheid heeft en tot welke strategieën voor kennisbeleid dat zou kunnen leiden. Daarnaast stelt drs. W. Bijman (LEI-DLO) in samenwerking met verschillende andere onderzoekers een aantal korte essays op over relevante thema's in het (internationale)
landbouwbeleid. Onderwerpen zijn de liberalisatie van de wereldmarkt, de toetreding van landen uit midden- en oost Europa, plattelandsbeleid en landbouwbeleid, subsidiariteit, kwaliteit van voedingsmiddelen en duurzame wereldvoedselvoorziening. De resultaten van al deze deelstudies komen rond april 1997 beschikbaar.
Deze toekomstverhandelingen, de conclusies uit de workshop en de inventarisatie van het onderzoek vormen samen de basis voor een NRLO-visie op de gewenste koers, inhoud en structuur van het onderzoek op dit terrein. Dit integratierapport, dat oktober 1997 zal verschijnen, wordt opgesteld door een commissie onder voorzitterschap van het DB-lid prof.dr. E. Brascamp.
Om pragmatische redenen is deze brede verkenning opgesplitst in vier deelverkenningen, die overigens wel in nauwe samenhang worden uitgevoerd. Deze deelverkenningen betreffen de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen, die van belang zijn voor:
De diverse deelverkenningen zullen medio 1997 worden afgerond. Inmiddels is ook een start gemaakt met de vervolgfase.
Aan dr. H. Schaffers en mw. drs. C. Enzing van STB-TNO is gevraagd een sterkte/zwakte analyse uit te voeren voor het Nederlandse onderzoek met betrekking tot de als belangrijk geïdentificeerde wetenschap- en technologiegebieden. Op een drietal gebieden wordt proefsgewijs onderzocht hoe dit het best aan te pakken. Ook hiervan zijn de resultaten medio 1997 te verwachten.
Internationalisering van de vangstrechten
De verkenning naar 'Internationalisering van de vangstrechten' is uitgevoerd door een groep onderzoekers van LEI-DLO (twee economen), RIVO-DLO (een bioloog), DLO centraal (een informaticus), de RU-Utrecht (een jurist), en de TU-Twente (een politicoloog). Voorts werd de assistentie ingeroepen van een expert van Bureau Rijntraining op het gebied van methoden voor creatief denken, inzonderlijk de methodiek van De Bono's 'lateraal denken'. Projectleider was drs. P. Salz (LEI-DLO). Het onderwerp is gaande de verkenning verbreed van internationalisering van de vangstrechten naar de toekomst van het internationale visserijbeleid in het algemeen. Dit omdat het beleidsthema vangstrechten dermate verknoopt is met andere onderdelen van en overwegingen achter het Europese visserijbeleid, dat afzondering van dat ene thema te gekunsteld werd.
De doelstelling van deze deelverkenning is geformuleerd als het identificeren van toekomstige wetenschap- en technologiebehoeften en prioriteiten aan de hand van mogelijke veranderingen in de omgeving van de visserij voorzover die van belang zijn voor het internationale visserijbeleid. En vervolgens het formuleren van een organisatorisch kader waarin aan deze behoeften zou kunnen worden voldaan. Het concept-eindrapport, 'Kennisbehoeften van het visserijbeleid in het jaar 2010', is in september 1996 opgeleverd
en in oktober besproken tijdens een bijeenkomst van de NRLO-klankbordgroep visserij. Op deze bijeenkomst is afgesproken dat de onderzoeksgroep in een afzonderlijke, samenvattende notitie expliciet in zal gaan op uitdagende thema's voor het toekomstig visserij-onderzoek. Deze notitie wordt in 1997 opgesteld.
Visserij en ecosysteem
De verkenning 'Visserij en ecosysteem' startte
in de herfst van 1996. Uitvoerende instellingen zijn het RIKZ (een bioloog), de dienst Rijkswaterstaat (een strategiemedewerker), RIVO-DLO (een bioloog), LEI-DLO (een econoom), IBN-DLO (een ecoloog), de Nationale Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (een medewerkster), en de firma Stratix (secretariële
en faciliterende ondersteuning). Projectleider is drs. E. Jagtman (RIKZ). De centrale vraagstelling van deze verkenning luidt wat de meest kritische factoren zijn in de interactie tussen visserij en het mariene ecosysteem.
Tegen het einde van het verslagjaar was de eerste stap van de verkenning afgerond: een nadere 'probleembenoeming' waarin - aan de hand van peilingen in het veld van actoren - een eerste invulling gegeven werd aan deze 'kritische factoren' (met een langere-termijn oriëntatie).
Daarnaast wordt geadviseerd uit te gaan van de competenties die zich bewezen hebben op de (Europese) thuismarkt, en om het tweede fase onderwijs krachtig te ontwikkelen. Een sterke tweede fase is van groot belang voor de nationale en internationale profilering.
De commissie doet haar uitspraken op basis van een verkenning van de veranderingen die de komende vijftien jaar op de landbouwwetenschappen afkomen; de mogelijkheden van de LUW om op die veranderingen in te spelen; en de noodzakelijke beleidskeuzen die op weg naar 2010 kunnen en moeten worden gemaakt.
Voor deze verkenning hebben de NRLO en de Overleg Commissie Verkenningen (OCV) door uiteenlopende instellingen achtergrondstudies laten verrichten naar ontwikkelingen in wetenschapsbeoefening in het algemeen,
de landbouwwetenschappen in het bijzonder, de arbeidsmarkt en de financiering. Daarnaast werden zo'n 65 deskundigen in en rond het veld van onderwijs en onderzoek geïnterviewd. Wat betreft de omgeving van de LUW verzamelde het verkenningsteam een groot aantal variabelen, die tenslotte konden worden
teruggebracht tot veertien voor de LUW relevante omgevingsfactoren, ruwweg onder te verdelen in ontwikkelingen op het gebied van werkveld, wetenschap en werkcondities. De achtergrondstudies zijn in afzonderlijke rapporten gepubliceerd (zie het publicatie-overzicht van de NRLO).
In het kader van de achtergrondstudies zijn twee studiemiddagen georganiseerd, één samen met Studium Generale LUW en één samen met het Loopbaancentrum van de Koninklijke Landbouwkundige Vereniging (KLV). Een workshop medio mei 1996 was erop gericht de beleidskeuzen voor de LUW af te tasten.
Op verzoek van het Ministerie van LNV heeft de Verkenningscommissie eind mei 1996 een tussenrapportage uitgebracht. In het kader van de door de minister gewenste discussie over het landbouwkennissysteem werd het nuttig geacht in dat stadium al enige gedachten te ontvouwen. De Verkenningscommissie was samengesteld door de NRLO en de OCV en stond onder voorzitterschap van OCV-voorzitter mw. dr. A.D. Wolff-Albers. Tijdens de afronding van de verkenning naar de toekomst van de landbouwwetenschappen zijn twee nieuwe activiteiten in het kader van het thema opgestart.
The restyled National Council for Agricultural Research (NRLO) was founded on January 1, 1995.
Its primary task is to explore the possible social, scientific and technological changes over the next fifteen or twenty years which may effect developments in agribusiness, the rural areas and fisheries.
What futures do we foresee and what opportunities and threats might they hold for these sectors?
Foresight studies are carried out to support strategic management in agricultural research. How can research be prepared for these future scenarios, which strategic choices should be made in research so
that the opportunities and threats signalled can be met head-on?
In particular, the aim of these foresight studies is to support entrepreneurs, policymakers in agricultural research and other interested parties in exploring new dilemmas, challenges and opportunities. To this end, promising lines for future research, priority issues and the necessary future organizational and financial structure of research are unearthed and laid on the table.
In accordance with this objective, the foresight studies emphasize trends as well as discontinuities and countermovements; facts as well as norms, values, driving forces and institutional frameworks; straight reporting and analysis as well as a creative exchange of ideas.
2 Current themes and issues
The following themes and issues have been set for the period 1995-1997 (contact person in brackets):
Studies of the above-mentioned themes will yield several foresight reports, due for publication in 1998:
3 Organization and composition of the Council
NRLO has an independent position with respect to the Ministry of Agriculture, Nature Management and Fisheries, research institutes and agribusiness. NRLO is financed by the Ministry. NRLO is headed by a Council chaired by prof.dr. A. Rörsch, who is also chairman of the Executive Committee. Other members of the Executive Committee are, prof.dr. E.W. Brascamp, dr. B.G. Linsen, prof.dr. R. Rabbinge, prof.dr. L.C. Zachariasse and dr. A.N. van der Zande.
Members of the Council come from different backgrounds in:
The NRLO office is run by nine permanent staff members and is directed by dr. A.P. Verkaik (also secretary of the Council and the Executive Committee). In addition, there is regular co-operation with relatively flexible 'panel groups' functioning as 'idea networks' rather than 'interest networks'. The chairman and members of these groups participate as private persons. Furthermore, NRLO co-operates closely with organizations such as the Advisory Council for Science and Technology Policy (AWT), the Environmental and Nature Research Council (RMNO), the Physical Planning Research Network (RO) and the Interdepartmental Research Programme on Sustainable Technological Development (DTO).
4 Six most important recent publications
Category foresight studies
Category studies for research programmes
Category background studies
Address
National Council for Agricultural Research
Bezuidenhoutseweg 73
P.O. Box 20401
2500 EK The Hague
The Netherlands
Secretariat: D. Pieters/M. Schouten/Y. van Zelst
phone: +31(0)70 378 5653 or 5694 or 5537
e-mail: d.p.pieters@innonet.agro.nl
fax: +31(0)70 378 6149
Information on NRLO can also be found on our Internet site: http://www.agro.nl/nrlo/
Medewerkers NRLO
Dr.ir. A.P. Verkaik
Directeur
tel.: 070-3785650
email: D.P.Pieters@innonet.AGRO.NL
privé: Groeneweg 3
2821 ST Stolwijk
tel: 0182-342283
Prof.dr.ir. A. Rörsch
Voorzitter
tel.: 070-3785692
email: d.p.pieters@innonet.AGRO.NL
privé: Pieterskerkhof 40c
2311 ST Leiden
tel.: 071-5142328
Ir. N.A. Dijkveld Stol
Methodiekontwikkeling/Algemene Zaken
tel.: 070-3785652
email: N.A.Dijkveld.Stol@innonet.AGRO.NL
privé: Beatrixlaan 6
2851 XB Haastrecht
tel.: 0182-501726
Dr. H. Hetsen
Landelijk Gebied
tel.: 070-3784106
email: H.Hetsen@innonet.AGRO.NL
privé: Belmontelaan 2
6703 ED Wageningen
tel.: 0317-417054
fax: 0317-417054
Dr.ir. H.J. van Oosten
Plantaardige Productie en Afzet
tel.: 070-3785727
email: H.J.van.Oosten@innonet.AGRO.NL
privé: Berglustlaan 91
3054 BE Rotterdam
tel.: 010-4612591
fax: 010-4184438
e-mail: hvanoosten@xs4all.nl
Dr.ir. J.M.P. Papenhuijzen
Verwerking, Distributie Voeding en Gezondheid
tel.: 070-3784751
email: d.p.pieters@innonet.AGRO.NL
privé: Van Galenlaan 6
3941 VD Doorn
tel.: 0343-416874
mw. D.P. Pieters-van Wageningen
Directiesecretaresse
tel.: 070-3785653
email: D.P.Pieters@innonet.AGRO.NL
privé: Beukenlaan 240
2665 DJ Bleiswijk
tel.: 010-5218195
Ir. J.M. Rutten
Beleid/Maatschappij
tel.: 070-3785777
email: j.g.de.wilt@innonet.AGRO.NL
privé: Krommedijk 83
3312 CE Dordrecht
tel.: 078-6139153
fax: 078-6139153 (na bellen)
e-mail: hansrutten@hotmail.com
mw. M.J.V. Schouten-Hattink
Directiesecretaresse
tel.: 070-3785694
email: d.p.pieters@innonet.AGRO.NL
privé: Kon. Sophiestraat 27
2595 TG Den Haag
tel.: 070-3852585
Dr.ir. J.G. de Wilt
Dierlijke Productie en Afzet
tel.: 070-3784774
email: J.G.de.Wilt@innonet.AGRO.NL
privé: Jachtlaan 30
3972 TV Driebergen
tel.: 0343-531126
Tijdelijke medewerkers/ stagiaires
Mw. M.J. van Gorsel
Studente Rijksuniversiteit Leiden, Vakgroep Geschiedenis.
Mw. Y. van Zelst-van Wetten
Secretaresse
Ir. F.C. Zuidema
heeft de begeleiding van een aantal programmeringsstudies
bij de NRLO, na zijn afscheid door VUT in augustus 1995, voortgezet.
Samenstelling RAAD NRLO
Maatschappij en bedrijfsleven
Ir.ing. H. de Boon Cebeco Handelsraad
Ir. H.E. Clevering Landbouwschap
Prof.ir. W.L. van Dinten Rabobank Nederland/EUR
P. Nijhoff Stichting Natuur en Milieu
Mr. M.J. Roos Centraal Bureau Levensmiddelenhandel
J. van der Veen Productschap Tuinbouw
Onderzoekwereld (tevens leden Dagelijks Bestuur)
Prof.dr.ir. E.W. Brascamp LUW-Vakgroep Veefokkerij
Dr.ir. B.G. Linsen
Prof.dr.ir. R. Rabbinge LUW-Theoretische Produktie Ecologie
Prof.dr.ir. L.C. Zachariasse LEI-DLO
Dr. A.N. van der Zande SC-DLO
Overheid (adviserende leden)
Ir. J. van der Kolk VROM
Drs. A.J.M.M. Maes EZ
Dr. J. Marks OCW
mw. Prof.dr. L. van Vloten-Doting LNV
Voorzitter: Prof.dr.ir. A. Rörsch
Secretaris: Dr.ir. A.P. Verkaik
Mutaties in de RAAD
In het jaar 1996 vonden de volgende mutaties plaats:
Samenstelling Klankbordgroep LANDELIJK GEBIED
P. Bennema Interprovinciaal Overleg
Prof.dr.ir. A. van den Brink ( voorzitter) LNV, Dienst Landinrichting en Beheer Landbouwgronden
Prof.ir. K. Kerkstra LUW-Ruimtelijke Planvorming
Drs. A.F. van de Klundert LNV, Directie Natuurbeheer
Ir. J.M.J. Leenen Unie van Waterschappen
Drs. A.A.M. Meuleman VROM, Rijksplanologische Dienst
Dr. A.N. van der Zande SC-DLO
Secretaris: Dr. H. Hetsen
Mutaties:
In 1996 zijn de volgende personen uit de Klankbordgroep getreden:
Samenstelling Klankbordgroep PLANTAARDIGE PRODUCTIE
EN AFZET
A. de Bruijn Bestuur Proefstation Bloemisterij Glasgroente (PBG)
Ir. J.L. Ebbens Landbouwschap
Ir. P. Hijma Hoofdproduktschap Akkerbouwprodukten
Prof.dr.ir. W.M.F. Jongen LUW-Vakgroep Levensmiddelentechnologie
Ir. J. van der Kolk VROM, DG-Milieubeheer
T. van Meyel Bestuur Proefstation Akkerbouw en Groenteteelt in de Volle grond (PAV)
Dr.ir. O.M.B. de Ponti (voorzitter) Nunhems Zaden B.V.
Prof.dr.ir. R. Rabbinge WRR
Ir. J.P. Teelen Bloemenveiling Holland
Ir. C.M.M. van Winden LNV, Directie Landbouw
Secretaris: Dr.ir. H.J. van Oosten
Mutatie:
In 1996 heeft prof.dr.ir. E.A. Goewie wegens omstandigheden zijn lidmaatschap van de klankbordgroep beëindigd.
Samenstelling Klankbordgroep DIERLIJKE PRODUCTIE
EN AFZET
Dr.ir. H. Bakker Nutreco International
Prof.dr.ir. E.W. Brascamp LUW-Vakgroep Veefokkerij
Prof.dr. E.H.J.H.M. Claassen DLO-Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid
Prof.dr. M.C. Horzinek FD-Afdeling Virologie
Prof.dr. E.A. Huisman LUW-Vakgroep Visteelt en Visserij
Dr. P.W. de Leeuw Stichting Gezondheidszorg voor Dieren
Ing. H. Los Landbouwschap
Ir. B.J. Odink Produktschap Vee, Vlees en Eieren
J. de Veer (voorzitter) Landbouwschap
Ir. J.G.B. Venneman Landbouwschap
Secretaris: Dr.ir. J.G. de Wilt
Mutatie:
In 1996 is dr. Ph.J. van der Heijden opgevolgd door prof.dr. E.H.J.H.M. Claassen.
Samenstelling Klankbordgroep VERWERKING, VOEDING EN GEZONDHEID
Prof.dr.ir. R.J.J. Hermus TNO-Marketing en programma
Dr. M.H. de Jong LNV, Directie Industrie en Handel
Dr. O. Korver (voorzitter) Unilever Research Laboratorium
Dr.ir. J.M.G. Lankveld VAI
Dr.ir. B.G. Linsen
Ir. P.J.A. Spitters Rabobank Nederland
Dr. H. Tournois DLO-Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek
Prof.dr.ir. A.G.J. Voragen LUW-Levensmiddelentechnologie
Drs. S.S. de Vries Landbouwschap
Secretaris: Dr.ir. J.M.P. Papenhuijzen
Mutatie:
In het jaar 1996 vonden de volgende mutaties plaats:
Samenstelling Klankbordgroep BELEID EN MAATSCHAPPIJ
Ir. N.D. van Egmond Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne
Drs. G.A.M. van der Grind Landbouwschap
Drs. C.J. Kalden Landinrichting en Beheer Landbouwgronden
Prof.dr.ir. G. Meester LNV, Bureau Strategische Beleidsvorming
Prof.dr.ir. J.D. van der Ploeg LUW-Vakgroep Agrarische Sociologie niet-westerse gebieden
Prof.dr. C.P. Veerman (voorzitter) Nationale Coöperatieve Raad voor Land- en Tuinbouw
Drs. W.J. van der Weijden Centrum voor Landbouw en Milieu
Ir. H. Wieling IKC-Landbouw
Prof.dr.ir. L.C. Zachariasse LEI-DLO
Secretaris: Ir. H. Rutten
Samenstelling Klankbordgroep VISSERIJ
Drs. H.G. van der Bend Visserijcentrum
Prof.dr. N. Daan DLO-Rijksinstituut voor Visserij-onderzoek
Dr. L.W.G. Higler IBN-DLO
Ir. P.H.A. Hoogweg V&W, Rijkswaterstaat
Ir. P.A.M. Kleemans LNV, Directie Visserij
Drs. D.J. Langstraat (voorzitter) Produktschap voor Vis en Visserijprodukten
L.E. Ouwehand Ouwehand's Rederij en Visverwerking
Drs. W. Smit DLO-Landbouw Economisch Instituut
Dr. J.W.D.M. Henfling RIVO-DLO
Secretaris: ir. H. Rutten
Mutatie:
In 1996 is prof.dr. W.J. Wolff opgevolgd door dr. L.W.G. Higler.
Samenstelling OVERLEGCOLLEGE ONDERZOEKSORGANISATIES
Ir. K.J. van Ast DLO
Dr.ir. P. Folstar TNO
Prof.dr. C.M. Karssen LUW
Prof.dr. H.W. de Vries RUU-Faculteit Diergeneeskunde
Secretaris: Dr.ir. A.P. Verkaik
Mutatie: In 1996 is ir. M. Heuver opgevolgd door ir. K.J. van Ast.
Programmeringsstudies
94/3 Drastische verbetering van de nutriëntenbenuttingin de dierlijke produktie; januari 1996
96/1 Voedingsmiddelen, milieu en gezondheid NRLO/RGO/RMNO; juni 1996
96/6 De milieubewuste consument NRLO/RGO/RMNO; september 1996
96/7 De recreatieve betekenis van het landschap; NRLO/RMNO; november 1996
96/8 Op weg naar een kwaliteitsnormeringssysteem voor de openluchtrecreatie; NRLO/RMNO; november 1996
96/20 Interactie Stad-Land; uitdagingen voor onderzoek; NRLO/Netwerk RO; november 1996
Achtergronddocumenten
96/2 Klimaatbeheersing bij het bewerken en bewaren van producten; verslag NRLO-themadag 17-3-'95; maart 1996
96/3 Ketenlogistiek; verslag NRLO-themadag 9-11-'95; januari 1996
96/4 Markt en consument 2010; verslag NRLO-workshop 11-6-'96 incl. een 3-tal essays van M.T.G. Meulenberg, A.F. van Gaasbeek en J.E.B.M. Steenkamp; november 1996
96/15 Landbouwwetenschap aan de universiteit van 2010 (H. Koningsveld) en Vernieuwing van de kennisinnovatiepyramide en de positie van de LUW (R. Rabbinge); Essays voor de verkenning L(u)W 2010; november 1996
96/15 Behoefte aan vorming en opleiding van Wageningse academici na de eeuwwisseling; deelstudie voor de verkenning L(u)W 2010; E. de Weert; november 1996
96/17 De bekostiging van universitair onderwijs en onderzoek: ontwikkelingen en trends; deelstudie voor de verkenning L(u)W 2010; J.B.J. Koelman; november 1996
96/18 Kennisproduktie als wetenschap en praktijk: aard en verandering van de landbouwwetenschappen; deelstudie voor de verkenning L(u)W 2010; B. van der Meulen; november 1996
96/19 Rapportage consultatieronde; deelstudie voor de verkenning L(u)W 2010; C.M. Kleisen; oktober 1996
96/23 Rurale ontwikkeling in publikaties: deelverkenning plattelandsontwikkeling; december
1996
96/24 "SAR-ren of niet": proefverkenning plattelandsontwikkeling; december 1996
96/25 FLAK 2010: Flexibele Agrarische Ketens in de 21e eeuw; december 1996
96/27 De toekomst van de agrosector en de ontwikkeling van wetenschap en technologie; inleiding A.P.
Verkaik op SMO-bijeenkomst d.d. 14 november; november 1996
96/28 Arbeid en arbeidsomstandigheden in 2010; inleiding H.J. van Oosten op STT-bijeenkomst "Gezonde produktiviteit" d.d. 1 oktober; oktober 1996
H. Hetsen
Lid van de programmacommissie van DLO-programma 248 'Economie van het landelijk gebied'.
Artikel (tezamen met A. Dietvorst) 'Landelijke gebieden en economische ontwikkeling; een netwerkbenadering' in Stedebouw en Ruimtelijke Ordening, themanummer Ruimte en Economie, januari 1996/2.
H.J. van Oosten
Adviserend lid van de Programma Advies Commissies van de diverse tuinbouwsectoren.
Adviserend lid van een aantal onderzoekcommissies in de akkerbouw.
Lid projectgroep High Tech Agro (HTA) van het interdepartementale onderzoekprogramma Duurzame Technologische Ontwikkeling (DTO).
Voorzitter van de commissie 'Vernieuwend onderzoek glastuinbouw' van het Ministerie van LNV.
'Arbeid en arbeidsomstandigheden in 2010'. Inleiding op het symposium 'Gezonde productiviteit' van de Stichting Toekomstbeeld der Techniek op 1 oktober 1996. NRLO-rapport 96/28.
J.M.P. Papenhuijzen
Voorbereiding AKK-Conferentie "Ketens in beweging".
OVO-team AKK.
Jury Machevo Technologieprijs.
H. Rutten
Paper (samen met C. van der Hamsvoort, LEI-DLO) voor het 8e congres van de European Association of Agricultural Economists (EAAE), Ediburgh, september 1996. Onderwerp: het gebruik van scenario's bij beleidsondersteunend economisch onderzoek.
Paper (samen met J. Rosenboom, ISNAR) voor de International Economic Conference on Global Agricultural Science Policy for the twenty-first century, Melbourne, augustus 1996. Onderwerp: de financiering
van het landbouwkundig onderzoek in Nederland.
A.P. Verkaik
Lid Klankbordgroep DTO-programma Novel Protein Foods.
Strategisch Platform Beleidsvorming LNV.
'De toekomst van de agrosector en de ontwikkeling van wetenschap en technologie'. Inleiding op SMO-bijeenkomst 14 november 1996. NRLO-rapport nr. 96/27.
'Vitaliteit van agrosector en landbouwkennissysteem'. Inleiding op OCV-symposium 18 december 1996. NRLO-rapport 97/1.
| AB-DLO | Instituut voor Agrobiologisch en Bodemvruchtbaarheidsonderzoek |
| AKK | Stichting Agro Keten Kennis |
| ATO-DLO | Instituut voor Agrotechnologisch Onderzoek |
| CLM | Centrum voor Landbouw en Milieu |
| CSHOB | Centrum voor Studies van het Hoger Onderwijsbeleid |
| CWTS | Centrum voor Wetenschap- en Technologiestudies |
| DLO | Dienst Landbouwkundig Onderzoek |
| DPS | Duurzame Productie Systemen |
| DTO | Duurzame Technologische Ontwikkeling |
| DWK | Directie Wetenschap- en Kennisoverdracht |
| EUR | Erasmus Universiteit Rotterdam |
| EZ | Ministerie van Economische Zaken |
| fte | full-time equivalent |
| IBN-DLO | Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek |
| ID-DLO | Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid |
| IKC | Informatie- en Kenniscentrum |
| IMAG-DLO | Instituut voor Milieu- en Agritechniek |
| INRO-TNO | TNO-Infrastructuur, Transport en Regionale Ontwikkeling |
| IPO-DLO | Instituut voor Plantenziektenkundig Onderzoek |
| IVM-VU | Instituut voor Milieuvraagstukken (Vrije Universiteit) |
| KLV | Koninklijke Landbouwkundige Vereniging |
| LEI-DLO | Landbouw-Economisch Instituut |
| LNV | Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij |
| LTO | Land- en Tuinbouworganisatie |
| LUW | Landbouwuniversiteit Wageningen |
| NCDO | Nationale Commissie voor Duurzame Ontwikkeling |
| NetwerkRO | Netwerk voor Onderzoek & Ontwikkeling Ruimtelijk Beleid |
| NMP | Nationaal Milieubeleidsplan |
| NOVEM | Nederlandse Ontwikkelingsmaatschappij voor Energie en Milieu |
| NRLO | Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek |
| NWO | Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek |
| OCV | Overlegcommissie Verkenningen |
| OCW | Ministerie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen |
| RGO | Raad voor het Gezondheidsonderzoek |
| RIKZ | Rijksinstituut voor Kust en Zee |
| RIVM | Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne |
| RIVO-DLO | Rijksinstituut voor Visserijonderzoek |
| RMB | Raad voor het Milieubeheer |
| RMNO | Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek |
| RNB | Raad voor het Natuurbeheer |
| RUU | Rijksuniversiteit Utrecht |
| SAR | 'Strategieën, Aspecten, Research' |
| SC-DLO | Staringcentrum |
| SGBO | Onderzoeks- en Adviesbureau van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten |
| SGD | Stichting Gezondheidszorg voor Dieren |
| STB-TNO | Studiecentrum voor Technologie en Beleid-TNO |
| TNO | Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek |
| TPE-LUW | Theoretische Productie-ecologie |
| TU | Technische Universiteit |
| UNCED | United Nations Commission on Economic Development |
| V&W | Ministerie van Verkeer en Waterstaat |
| VAI | Verenigde Nederlandse Voedsel en Agrarische Industrie |
| VROM | Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer |
| W&T | Wetenschap & Technologie |
| WRR | Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid |