Smit, J.G.P., en M.O. van Wijk (LEI-DLO)
Nederland visdistributieland - Strategische opties en onderzoeksagenda
Den Haag, NRLO, 1999. NRLO-rapport 99/18
Beleidssamenvatting en suggesties voor strategieën
Deze studie verkent de mogelijkheden voor de Nederlandse
vissector om in de toekomst een vooraanstaande rol te spelen als
internationaal distributiecentrum. De conclusies zijn samengevat
rond drie kritische succesfactoren: marktomvang, toegevoegde waarde
en het strategisch potentieel als distributieland. Daarna zijn
binnen elk van de bovengenoemde factoren suggesties gedaan voor
strategieën die zijn samengevat in een Beleids- en een Onderzoeksagenda.
Conclusies
Marktomvang/Schaalgrootte
De omvang van de huidige Nederlandse
vissector wordt beperkt door natuurlijke grenzen aan de productie
van visgronden in de Noordzee en overige EU - vangstgebieden.
Uitbreiding van het marktaandeel op de grondstofmarkt is bovendien
gebonden aan het bezit van vangstrechten. Nederland heeft weinig
te zeggen in de markt voor visteeltproducten en mist dus een belangrijke
groeimarkt.
De Nederlandse sector is dominant in
de vangst en verwerking van enkele Europese soorten. Maar de huidige
rol van de sector als Europees distributiecentrum is beperkt.
Naar Europese maatstaven gerekend is de omvang van de sector relatief
klein. Op afzetmarkten is het marktaandeel hoog voor
enkele specifieke Nederlandse producten maar het aandeel in de
totale visomzet is (buiten de binnenlandse markt) relatief laag.
Toegevoegde waarde
Nederlandse bedrijven hebben een sterke
positie in de verwerking van enkele specifieke producten. In het
binnenland bestaat een sterk netwerk van gespecialiseerde groot-
en detailhandelaren. De secundaire verwerking van vis is in Nederland
relatief weinig ontwikkeld en Nederlandse bedrijven kunnen daardoor
nog relatief weinig leveren aan moderne levensmiddelenkanalen.
Vis wordt in steeds meer markten geïntegreerd
met andere levensmiddelen. Visleveranciers krijgen in de toekomst
vaker te maken met nieuwe marktconcepten zoals vraaggestuurde
ketens. Hierdoor ontstaan kansen voor visbedrijven die de ambitie
hebben zich te ontwikkelen tot logistieke dienstverleners van
grote Europese afnemers. De ketengedachte leeft nog niet sterk
in de Nederlandse vissector.
Strategisch potentieel van Nederland
Distributieland
Het strategisch potentieel van Nederland
Distributieland kan beter benut worden, bijvoorbeeld door de mainports
Rotterdam en Schiphol te profileren als centrum voor de invoer/uitvoer
van vis van en naar verre markten.
Beleidsagenda: mogelijke strategieën
De kansen om tot een Europees en mondiaal distributiecentrum
uit te groeien liggen vooral buiten de traditionele grenzen van
de sector in nieuwe soorten, nieuwe producten, nieuwe markten
en nieuwe concepten. Daarvoor kan een aantal strategieën
worden uitgezet:
- verbetering van de strategische
positie met betrekking tot de toegang tot de grondstofmarkten;
- vergroting van de toegevoegde
waarde door integratie van de Nederlandse sector in de EU (en
mondiale) food-industrie;
- benutting van het strategisch
potentieel van Nederland Distributieland.
Vergroting toegang tot grondstof
Het structurele marktaandeel van een sector wordt
steeds meer bepaald door de toegang tot de aanvoerbronnen. Daarbij
is de situatie ontstaan dat vangstrechten vrijwel alleen nog kunnen
worden gekocht. Duurzame verruiming van het aanbod van grondstoffen
in Nederland kan als volgt worden bevorderd:
- Maak de weg vrij voor initiatieven
om het Nederlands aandeel in EU-vangstrechten te verruimen:
- door in EU-kader stelling te nemen voor verdere
liberalisering van internationale quota-handel tussen bedrijven;
- door strategische quota-ruil tussen landen mede
te baseren op aspecten van marktvoorziening en het standpunt van
de groothandels- en verwerkingssector.
- Maak de weg vrij voor initiatieven
om de toegang tot Europese vangsten te vergroten:
- door samenwerking met bedrijven (inclusief rechten)
in andere lidstaten of landen;
- door het organiseren van internationale contacten
tussen individuele visserijbedrijven of bijvoorbeeld Producenten
Organisaties die op termijn tot samenwerking en meer vis kunnen
leiden.
- Verwerf toegang tot grondstofbronnen
die in de toekomst belangrijk kunnen zijn voor de Nederlandse
sector:
- door het leggen van claims op nog resterende
onderbenutte stocks (witvis) binnen de EU, bijvoorbeeld door het
organiseren van experimentele visserijen;
- door toegang te verwerven tot stocks buiten de
EU (met name pelagische soorten);
- door Nederlandse participatie in internationale
visteeltprojecten.
- Versterk de rol van Nederlandse
afslagen:
- door toepassing van innovaties zoals IT door
afslagen en ervoor te zorgen dat regels voor toezicht en controle
daarvoor geen belemmering zijn;
- door het ontwikkelen van alternatieve methoden
voor de eerste verkoop en prijsvorming van vis c.q. mogelijke
alternatieve taken van afslagen als de concurrentiepositie
van de keten daar om vraagt.
Integratie in de EU-Foodmarkt
De sector kan haar marktpositie versterken en de
toegevoegde waarde verhogen door een betere integratie in de distributieketens
voor levensmiddelen in Europa. Naast de bestaande marktkanalen
zal de distributie van vis steeds meer geïntegreerd worden
met die van andere levensmiddelen. De nieuwe mogelijkheden liggen
vooral buiten de traditionele gespecialiseerde markten voor visproducten.
De sector kan haar rol versterken en het scala van dienstverlening
als volgt verbreden:
- Stimuleer verdere productontwikkeling/differentiatie
van de soorten die traditioneel in Nederland worden verwerkt en
stimuleer secundaire verwerking van ingevoerde halfproducten:
- door het inrichten van een centraal aanmeldpunt
dat een bemiddelende rol speelt bij de benutting van nationale
en EU-programma's voor innovatie door visverwerkingsbedrijven;
- door verbreding van kennis op gebied van product-
en marktontwikkeling en kennis van werkmethoden en dynamiek van
nieuwe marktkanalen.
- Zorg voor betere benutting
van kansen in nieuwe marktkanalen:
- door meer marktinformatie over nieuwe marktkanalen
in Europa;
- door initiatieven te nemen tot het organiseren
van contacten tussen bedrijven uit de vissector met experts uit
nieuwe marktkanalen in Europa; door sleutelpersonen uit deze nieuwe
marktkanalen vaker te betrekken bij het reguliere overleg in de
visketen;
- door de gedachte achter vraaggestuurde ketens,
ketenverkorting, etc. over te brengen aan alle schakels in de
sector en door een discussie op gang te brengen tussen de schakels
in de keten;
- door vergroting van kennis op gebied van ketenprocessen.
- Stimuleer horizontale samenwerking:
internationaal en met bedrijven uit andere branches:
- door het organiseren van contacten tussen Nederlandse
en buitenlandse visverwerkers en met bedrijven uit andere sectoren
die op termijn kunnen leiden tot horizontale samenwerking bij
het afzetbeleid en versterking van de marktpositie;
- door de voordelen van samenwerking met bedrijven
uit andere branches zichtbaar te maken;
- door het vergroten van kennis van de belangrijkste
spelers bij de productie van visproducten (en levensmiddelen)
in de EU;
- Ontwikkel de binnenlandse
markt:
- door het opgang brengen van een discussie over
de mogelijkheden van nieuwe distributie- en logistieke systemen
in de traditionele kanalen van de binnenlandse visdistributie;
- door te zorgen dat nationale en EU-innovatieprogramma's
toegankelijk zijn voor MKB's in de traditionele kanalen;
- door meer collectieve promotie.
Benutting van strategisch potentieel van Nederland
distributieland:
- Strategisch industriebeleid:
Verken de haalbaarheid van een strategisch industriebeleid gericht
op betere benutting van aquatische grondstoffen in de toekomst.
De B.V. Nederland kan gericht middelen inzetten teneinde kansrijke
en strategisch belangrijke bedrijfstakken te helpen ontwikkelen.
Doel: niet de boot missen in sectoren waarin de toekomst veel
werkgelegenheid en toegevoegde waarde uit komt. Middelen: onderzoek/
kennisopbouw/subsidies/belastingmaatregelen. Mogelijke kansen
liggen er op het gebied van:
- vis- en schelpdierteelt: extensieve teelt in
het buitenland en verwerking in Nederland; voor intensieve teelt
in recirculatie-systemen is verder onderzoek nodig;
- marificatie: door fundamenteel onderzoek of door
aankoop van kennis/patenten uit het buitenland.
- Mainport Rotterdam: stimuleer
de import van half- en eindproducten uit derde landen:
- door verder te werken aan harmonisatie van de
toepassing van de EU richtlijnen op gebied van kwaliteitsbeleid;
- door het versterken van de kennis van aanbieders
van grondstof en halfproducten in andere continenten door strategisch
gebruik te maken van Nederlandse buitenlandse diensten zoals landbouwattachés,
Kamers voor Koophandel en het CBI voor het stimuleren van de import
van vis naar Nederland;
- door het opzetten van een vis-cluster naar voorbeeld
van 'Rotterdam Fruit Port' die speciale faciliteiten kan bieden
(afhandeling, verzekering, betaling, enzovoort) en van het opzetten
van een termijnmarkt voor diepgevroren halfproducten.
- Mainport Schiphol: Profileer
Schiphol als uitvalsbasis voor export en import van verse producten
naar/uit verre landen:
- door initiatieven te nemen tot het organiseren
van handelscontacten tussen producenten, luchthavens, expediteurs
en afnemers;
- door initiatieven te nemen tot het opsporen van
marktniches in rijke landen, onder andere door strategisch gebruik
maken van diensten in het buitenland zoals landbouwattachés,
handelsmissies enzovoort;
- door te verkennen of een cluster van visgerelateerde
activiteiten tot schaal- en synergievoordelen leidt.
Onderzoeksagenda
In deze agenda zijn de onderzoekstaken samengevat
die voorvloeien uit de beleidsagenda. De ontwikkeling van de voorgestelde
strategieën vraagt verbreding van de onderzoeksagenda. Het
accent van de kennisontwikkeling verschuift naar thema's die op
de vissector afkomen vanuit de markt en door maatschappelijke
ontwikkelingen. Nieuwe thema's zijn: de Europese food-distributie
buiten de vissector, nieuwe logistieke en distributiefuncties
(ketenbenadering), de kansen die Nederland Distributieland biedt
en de toegang tot andere bronnen voor vis dan de Noordzee.
Kennisontwikkeling
Versterk en verbreed de kennis van nieuwe marktkanalen
in Europa die buiten de traditionele vissector liggen: de Europese
foodmarkt, nieuwe ketens en logistieke systemen, synergie met
niet-visproducten. Dit kan door:
- verkenningen van de visindustrie
in Europa (en mogelijk daarbuiten) in het licht van mogelijkheden
voor samenwerking;
- onderzoek naar de effecten
van ketenbenadering voor de vissector;
- onderzoek naar de mogelijkheden
voor verbetering van de eerste verkoop van vis;
- onderzoek naar het potentieel
dat Nederland Distributieland heeft voor de vissector en de haalbaarheid
van vis-clusters bij de main ports Rotterdam en Schiphol en de
kansen van Nederland Distributieland voor importvis;
- identificatie van marktniches
voor specifieke (verse) Europese visproducten op de wereldmarkt
in het licht van verdere globalisering;
- verkenning van alternatieve
grondstofbronnen: het potentieel van onderbenutte soorten binnen
en buiten de EU, markten voor visrechten, aanbodsmarkten voor
grondstof binnen en buiten de EU;
- (fundamenteel) onderzoek
naar productontwikkeling van pelagische soorten, marificatie,
intensieve visteelt.
Institutionele aanpassingen
Kennisontwikkeling vraagt acties van bedrijven, sector-organisaties
en overheden. Daarbij is kennisontwikkeling één
kant van het verhaal. Het in de praktijk brengen van die nieuwe
kennis vraagt om een andere cultuur en is kostbaar. In de vissector
met relatief kleine MKB's is het belangrijk dat ook de toepassing
van kennis wordt ingepast in de onderzoekinfrastructuur:
- identificeer de informatie-
en opleidingsbehoefte van de visverwerkende sector op gebied van
bijvoorbeeld ketensamenwerking, IT-technologie en innovatie. Zodra
daar een goed beeld van is kunnen initiatieven voor op maat gesneden
programma's voor training en onderzoek worden ingevuld;
- stimuleer het gebruik van
elders beschikbare kennis door een actieve rol te spelen bij de
overdracht van deze kennis;
- richt een centraal aanspreek-
en coördinatiepunt in voor kennisontwikkeling en kennisoverdracht
in de visketen.
Hoe verder?
Bij alle ideeën die hierboven zijn gepresenteerd
geldt dat bedrijven het zelf moeten doen met de overheid en de
sector-organisaties in een facilitaire rol. Voorgesteld wordt
het draagvlak voor deze ideeën te peilen door middel van
een dialoog met mensen uit de sector.
Als de vissector de ambitie heeft 'Nederland Vistributieland'
op de agenda te plaatsen dan is het nodig dat de belangstelling
van bedrijven binnen en buiten de huidige vissector voor dit thema
wordt gewekt. Daarna kan worden gepeild hoe de kansen worden ingeschat,
wat de knelpunten zijn, welke acties nodig zijn en wie daartoe
initiatieven zou moeten ontwikkelen.
[NRLO Home]