B E L E I D S S A M E N V A T T I N G
1. Na ruim 100 jaar 'OVO-beleid' (Onderzoek, Voorlichting en Onderwijs) bevindt het landbouwkennissysteem zich in een overgangsfase. Voor een op de toekomst gericht landbouwkennisbeleid dienen nieuwe wegen te worden ingeslagen - zowel in de 'theorie' als de 'praktijk' van kennisprocessen.
2. Het wordt hoe langer hoe minder vruchtbaar om innovatieprocessen op lineaire wijze te modelleren; kennisgedreven modellen (zoals het klassieke OVO-denken) noch marktgestuurde percepties zijn functioneel voor het voeren van een adequaat nieuw landbouwinnovatiebeleid.
3. Kennisgeneratie, ontwikkeling van technologieën en kundes, en innovatie zijn wezenlijk verschillende activiteiten. Het landbouwkennisbeleid dient er op te worden gericht optimale voorwaarden te scheppen voor kennisgeneratie, ontwikkeling van technologieën en kundes, en innovatie afzonderlijk, en in onderlinge samenhang (het LAT-concept).
4. Om het innovatiebeleid te laten slagen is een van de voorwaarden dat erkend wordt dat kennis slechts een van de elementen is die noodzakelijk zijn voor succesvolle innovatie, en dat onderzoek slechts één van de mogelijkheden is om kennis te verzamelen.5. Een aantal van de vaardigheden die onderzoekers nodig hebben om adequaat deel te kunnen nemen in innovatieprocessen, krijgt onvoldoende aandacht in de opleiding en vorming van onderzoekers. In het bijzonder gaat het daarbij om vaardigheden als ontwerpen, het afwisselend hanteren van 'microscoop' en 'groothoeklens' (mixed scanning) en het discipline-overstijgend benaderen van vraagstukken (transdisciplinair).
6. In de samenleving van de 21ste eeuw heeft de Nederlandse landbouw de beste toekomstkansen als wordt gekozen voor de ontwikkeling van een pluriforme landbouw.
7. Om een duurzame landbouw en een vitaal platteland en de daarvoor nodige systeeminnovaties te bewerkstelligen, kan de overheid niet volstaan met een randvoorwaardelijk beleid en met ondersteuning van initiatieven vanuit de samenleving. De overheid dient tevens de rol van innovatief ondernemer - in samenspel met bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen - gestalte te geven. Tevens zijn nieuwe strategische allianties tussen bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en overheden noodzakelijk om systeeminnovaties vorm te geven.
8. Om in de komende jaren een krachtig innovatiebeleid voor agribusiness en groene ruimte te kunnen voeren dient voor een deel van het budget van LNV een omslag tot stand te worden gebracht van financiering voor onderzoekprogramma's naar financiering voor innovatiethema's. Die omslag kan bestaan uit de vorming van een fonds van ƒ 300 miljoen voor kennis- en technologie-ontwikkeling ten behoeve van systeeminnovaties. Het fonds dient voor een beperkt aantal scherp geselecteerde en voor de toekomst van strategische betekenis zijnde innovatiethema's te worden ingezet. De keuze van de thema's dient op een grondige toekomstverkenning te worden gebaseerd. Bij die verkenning dienen de vernieuwingsgezinde sleutelactoren uit bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en overheid te zijn betrokken.