N. van der Wel

Plattelandsvernieuwing en cultuur. Interactieve planontwikkeling in de Beemster


Den Haag, NRLO, juli 2000. NRLO-rapport 2000/8

 

Samenvatting

In de Beemster heeft zich in de afgelopen jaren een proces van plattelandsvernieuwing afgespeeld. Een kleine groep initiatiefnemers begon in 1996 met het organiseren van brainstormbijeenkomsten en realiseerde twee ontwikkelingsprojecten. Allerlei initiatieven kregen vorm, en er ontstond draagvlak voor een cultuurhistorisch geïnspireerde visie op de Beemster. Deze "Beemster Lusthof"-visie is gebaseerd op de rijke cultuurhistorie van deze eerste grote droogmakerij van ons land, en kan gaan dienen als kader voor onder meer sociaal-economische vernieuwing en innovatie van bedrijven. De nu opgerichte Stichting Plattelandsvernieuwing Beemster gaat deze ontwikkeling verder brengen in samenwerking met overheden, ondernemers en burgers.

Gedurende dit proces is inbreng van buiten belangrijk geweest, zowel inhoudelijk als begeleidend met de nadruk op het laatste. Het goede samenspel van initiatiefnemers en begeleiders in de Beemster is een voorbeeld van interactieve planontwikkeling: een sterke impuls bij initiatiefnemers krijgt in samenspraak met begeleiders langzamerhand vorm en richting: projecten komen tot stand, visie ontwikkelt zich, ideeën worden initiatieven, er wordt gewerkt aan draagvlak, samenwerking tussen diverse partners komt tot stand enzovoort. Inhoudelijke inbreng van buiten is niet zo vaak georganiseerd, maar bleek eveneens van vitaal belang. Zo speelde in het begin feitelijke informatie over de toestand en het perspectief van de land- en tuinbouw in de Beemster een rol bij de bewustwording van deelnemende agrariërs. Later heeft een Wageningse onderzoeker van streekproducten een sterke inbreng gehad in de visievorming.

De ontwikkeling in de Beemster is, hoe het proces verder ook zal verlopen, een nadere analyse waard. De Beemster is dan een voorbeeld dat in een breder kader wordt geplaatst:

Uitgangspunt is de opvatting dat vernieuwing in het landelijk gebied in de vorm van interactief gebiedsgericht werk een extra kwaliteit aan plannen kan geven. Een plan dat je in samenspraak met de mensen uit een gebied ontwikkelt is belangrijk voor die mensen en zal veel meer actie genereren dan een plan dat een adviesbureau maakt.

De rol van cultuur en cultureel erfgoed kan worden samengevat in de volgende aanbevelingen:

  1. Maak een plan voor een gebied zoveel mogelijk interactief, in samenspraak, met een aanzienlijke groep mensen uit het gebied.
  2. Maak beleid dat ontwikkeling mogelijk maakt, dus maak ontwikkelingsplannen. Bescherm cultureel erfgoed, maar maak het vooral tot een inspiratie voor ontwikkeling.
  3. Ontwerp plannen als cultuuruiting en richt het plan altijd ook op de lokale markt: bewoners, ondernemers, projectontwikkelaars, ambtenaren, politici, middenveld.
  4. Breng experts (deskundigheid) en mensen uit het gebied (ervaring) samen in ontmoetingen. Zo mobiliseer en verdiep je de binding van mensen met hun gebied en kunnen plannen een extra dimensie krijgen.
  5. Breng altijd cultuurhistorie in als dimensie die de binding van mensen met hun gebied kan verdiepen, en als inspirerend vernieuwingskader voor ontwikkelingen.

De twintigste eeuw is een eeuw van grootschalig ingrijpen in het landschap geweest. Al die expert-gestuurde ingrepen op het terrein van inrichting, landbouw, natuur, wonen en werken zijn een uitdrukking van de beschaving van de twintigste eeuw, of we die ingrepen nu waarderen of niet - met alles wat we doen schrijven we de geschiedenis van onze cultuur. Willen we een hogere kwaliteit realiseren in die cultuuruitingen, dan moeten we dat organiseren. Nodig is een kader waarbinnen experts deskundigheid kwijt kunnen en bewoners hun ervaringskennis. Daarbij gaat het niet om "kennis-input" maar om een ontmoeting, waarbij experts een welkome inbreng kunnen hebben in de gedachtenvorming in plaats van die te domineren.