EU-workshop over Science and Technology Foresight
Op 26 en 27 november 1998 is in Oviedo (Spanje) een EU-workshop
gehouden, waarbij ervaringen met verkenningen in verschillende
landen werden uitgewisseld. De trekkers van de meest spraakmakende
verkenningen in de afgelopen jaren waren uitgenodigd om een bijdrage
te leveren. Er waren 7 "invited speakers" van buiten
Spanje en ongeveer even veel Spaanse sprekers, een handjevol niet-Spaanse
deelnemers en ongeveer 80 (!) Spaanse deelnemers. Het niveau van
de presentaties en de discussie was in het algemeen goed. Er was
een ronde tafel discussie gewijd aan landbouw, waarbij de NRLO
was gevraagd om de keynote lecture te verzorgen. De workshop heeft
nuttige informatie en contacten opgeleverd. Hieronder een overzicht
van voor de NRLO relevante punten uit de verschillende bijdragen,
gevolgd door enkele algemene conclusies.
Relevante punten uit inleidingen
- Ben Martin (Science Policy Research Unit (SPRU) van
de Universiteit van Sussex, Engeland), de goeroe op het gebied
van Science and Technology foresight, gaf een historisch overzicht
van "concepts and practices" in verschillende landen,
speciaal in het Verenigd Koninkrijk. Hij constateert dat foresight
in opkomst is, en ziet dit als een voorbode van "a new social
contract between science and society".
Martin benadrukte het belang van de "pre- and post foresight
phase" om commitment te verkrijgen bij relevante partijen.
In de eerste foresight-ronde in het Verenigd Koninkrijk (1994-1995)
was hiervoor te weinig aandacht, met als gevolg dat na afloop
flink gelobbyed moest worden voor implementatie van de resultaten.
Dit is maar beperkt gelukt. Bij de start van de nieuwe foresight
ronde (1999-2000) hebben alle ministers (!) verklaard op basis
van de resultaten van de foresight hun prioriteiten te zullen
bijstellen. Hiermee heeft foresight een duidelijke positie verkregen
in het W&T-beleid.
De eerste foresightronde, die voornamelijk bestond uit een Delphi-exercitie
met ca. 10.000 betrokkkenen, is uitgebreid geëvalueerd. Belangrijkste
kritiek was:
- eenzijdige informatieverzameling (geen literatuur gebruikt
e.d.)
- selectiecriteria voor prioritaire W&T-gebieden onduidelijk
- concentratie op "fashionable technologies"
- teveel technology push
- te weinig interactie met gebruikers (nu vooral input van research
councils en departementen).
In de volgende ronde zal Delphi een veel bescheidener plaats innemen
en zal men meer gebruik maken van studies, workshops, panels etc.
Bovendien wil men meer consumenten en buitenlandse experts inschakelen.
Verder wees Martin op het tot nu toe vrij generieke karakter van
de foresight exercitie in het VK. De resultaten bewegen zich op
macro-niveau. Het streven is om de volgende foresight ronde meer
te richten op sectoren (meso-niveau) en bedrijven (micro-niveau).
Deze denkbeelden sluiten goed aan bij het de werkwijze van de
NRLO. Martin heeft ons uitgenodigd om een seminar over de NRLO-ervaringen
te verzorgen.
- Martin Ridge (adjunct-directeur van het Office of Science and Technology (OST), een onderdeel van het Ministry of Trade
and Industry, Engeland) had een uitstekende presentatie over de
opzet van de nieuwe foresight ronde. Hun aanpak is goed doordacht,
gebaseerd op een uitgebreide evaluatie. Vooral hun brede palet
aan interactieve benaderingen, incl. discussies via internet,
kan voor de NRLO interessant zijn. Voorts bieden ze tal van faciliteiten
aan, die het lange termijn denken en handelen van actoren kunnen
bevorderen. Via internet wordt een overzicht gegeven van relevante
literatuur voor lange termijn oriëntatie en zijn instructies
beschikbaar voor het organiseren van brainstorming en scenario-workshops.
Idee voor NRLO? Verder besteden ze veel aandacht aan de opbouw
van hun netwerk, waarbij ze ook streven naar vorming van nieuwe
clusters van actoren. Ook Martin Ridge heeft ons uitgenodigd voor
een gesprek over onze wederzijdse ervaringen.
- Dominique Deberdt (Observatoire des technologies stratégiques van het Ministère de l'Economie,
des Finances et de l'Industrie, Frankrijk) presenteerde de ervaringen
bij het opstellen van "Les technologies clès pour
l'industrie francaise". Met een bureau van 3 personen en
raadpleging van 10 groepen van elk 10-15 experts is dit omvangrijke
rapport binnen één jaar afgerond en gepubliceerd
in 1995. Tijdshorizon 5-10 jaar. 136 belangrijke technologieën
zijn geïdentificeerd en de positie van Frankrijk voor deze
technologieën is in kaart gebracht. Afhankelijk van de bevindingen
zijn 5 type acties geformuleerd: (1) Intensivering R&D, (2)
Versterken van implementatie, (3) Overheidsinitiatieven, (4) Industriële
initiatieven en (5) Autonome ontwikkeling. Ook hier bestond vooraf
geen idee hoe de resultaten benut zouden moeten worden. De bevindingen
uit het rapport worden nauwelijks gebruikt voor prioriteitsstelling.
Deberdt kende de Technologie radar van EZ. De Fransen willen in
2000 weer een nieuwe ronde starten, met een soortgelijke benadering,
maar met een groter aantal experts. Overigens zijn we ook bij
Deberdt (Parijs) van harte welkom.
- Reinhardt Löser (Bundesministerium für Forschung
und Technik, Duitsland) verving Harald Grupp (Frauenhofer-Institut für Systemtechnik und Innovationsforschung),
de expert op het gebied van technologieverkenningen in Duitsland.
Een uitstekend verhaal, ongetwijfeld opgesteld door Grupp, waarin
de voor- en nadelen van verschillende methoden werden beschreven,
evenals de nieuwe aanpak van foresight in Duitsland. Ook hier
gaat men naast Delphi verschillende andere methoden hanteren.
Interessant is hun onderscheid in een expert-niveau, een gebruikersniveau
en een publieksniveau. Verder kondigde hij een internationale
conferentie aan die op 14 en 15 juni 1999 in Hamburg zal worden
gehouden onder de titel "Forward Thinking - Keys to Future
in Education and Science". Löser (en Grupp) zijn graag
bereid om ervaringen uit te wisselen met de NRLO.
- Alberto Silvani (Ministry for Universities and Scientific
and Technological Research, Italië) gaf een overzicht van
een grootschalige reorganisatie van de Italiaanse kennisinfrastructuur.
Evaluatie en planning zullen worden versterkt, evenals de doorstroming
van onderzoeksresultaten. Geleidelijk ontstaat ook consensus over
het nut van foresight op nationaal niveau. De ervaringen tot nu
toe zijn beperkt tot een tweetal exercities, die veel methodische
problemen hebben.
- Vera Calenbuhr, de nieuwe coördinator van het
ESTO-netwerk bij IPTS in Sevilla presenteerde de doelstellingen,
werkwijze en samenstelling van het netwerk, alsmede de plannen
voor de toekomst. ESTO is een "Technology Watch Network"
van instellingen binnen en buiten de EU. Het bestaat uit 14 "founding
members" (waaronder TNO) en ca. 20 "associated members"
(waaronder NRLO). Producten zijn een jaarlijkse Techno-Economic
Analysis, artikelen in het IPTS-rapport (verschijnt 10x per jaar
in een oplage van 7000 en in 4 talen) en rapportages over ontwikkelingen
op bepaalde terreinen, zoals bio-katalyse, transport technologie,
monitoring voedselkwaliteit, factor-4 technologieën en electronische
handel. De onderwerpen worden overwegend geagendeerd door de Europese
Commissie. De toekomst: Gestreefd wordt naar uitbreiding van het
netwerk tot ca. 100 instellingen wereldwijd. Verder buigt men
zich over de kwaliteitsbewaking van de producten en het verbeteren
van de communicatie met de Europese Commissie. De timing van de
producten en de verpakking van de boodschap luistert erg nauw.
De producten van IPTS kunnen van belang zijn voor het NRLO-werk,
vooral vanwege de internationale dimensie. Calenbuhr heeft toegezegd
om in februari-maart een bezoek te brengen aan de NRLO om ervaringen
uit te wisselen.
- Enkele Spaanse sprekers gaven een overzicht van de
ontwikkelingen op het gebied van foresight in Spanje. Men is net
begonnen met een soort Technologie Radar: "Observatorio de
Prospectiva Tecnologica Industrial". Verder wordt een Delphi
voorbereid, maar dit vordert slechts heel langzaam. Men hoopte
met deze conferentie een nieuwe impuls te geven aan verkenningen,
o.a. door hooggeplaatste beleidsmakers uit te nodigen. In de discussies
waren regelmatig competentiekwesties te beluisteren tussen de
regio's onderling en tussen de regio en het centrale gezag in
Madrid. Men was zeer geïnteresseerd in de ervaringen van
andere federale staten, zoals Italië en Duitsland.
- In de afsluitende discussie kwam naar voren dat in vele landen
foresight exercities steeds meer een regulier onderdeel worden
van kennisbeleid. Men voelde in het algemeen niet voor een foresight
exercitie op Europees niveau, wel voor meer uitwisseling van informatie
en ervaringen, bijv. via internet.
Algemene conclusies
- Verkenningen ("foresight") vormen in steeds meer
landen een regulier onderdeel van kennis- en innovatiebeleid.
Na Japan en Frankrijk zijn in de negentiger jaren o.a. ook de
Verenigde Staten, Australië, Duitsland, Engeland en Nederland
begonnen met omvangrijke foresight exercities.
- Verkenningen worden gezien als een effectieve manier om veelbelovende
wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen te koppelen
aan de maatschappelijke en industriële behoeften aan innovaties.
Bovendien realiseert men zich elders ook steeds meer dat de succesvolle
benutting van W&T afhankelijk is van het creëren van
effectieve netwerken tussen bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen.
Nieuwe netwerken worden beschouwd als een belangrijk product van
verkenningen.
- In veel landen worden foresight exercities regelmatig herhaald,
met tussenpozen van 4-5 jaar. Dit sluit aan bij de cyclische planning
van W&T-prioriteiten en biedt mogelijkheden om verbeteringen
aan te brengen in het verkenningenproces.
- Een veelgebruikte methode is Delphi, waarbij duizenden experts
bij herhaling schriftelijk worden geënquêteerd. Steeds
vaker worden ook workshops, consultaties, paneldiscussies, brainstorm-sessies
en strategische conferenties gehanteerd.
- De resultaten van het verkenningenproces zijn specifiek voor
een bepaald land. Elk land heeft eigen, cultureel bepaalde prioriteiten
en specifieke sterkten en zwakten in de kennisinfrastructuur.
Om deze reden en vanwege het belang van het proces (creëren
van netwerken en commitment) is het transponeren van de uitkomsten
van verkenningen tussen landen niet zonder meer mogelijk. Om dezelfde
redenen beschouwt men supranationale verkenningen als beperkt
zinvol. Wel hechtte men veel waarde aan de internationale uitwisseling
van ervaringen en ideeën.
- Men stelde veel belang in de werkwijze en ervaringen van de
NRLO. Dit heeft o.a. geresulteerd in een uitnodiging voor het
geven van een seminar (in Engeland) en een verzoek om te participeren
in een foresight exercitie (in Spanje). Tijdens deze conferentie
is gebleken dat Nederland op het gebied van verkenningen in de
landbouw in belangrijke mate richtinggevend is voor andere landen.
- Documentatie ligt bij mij ter inzage. Naast de bijdragen van
de sprekers omvat dit ook een door OST opgesteld overzicht van
verkenningen in andere landen, getiteld "The Future in Focus
- a summary of national foresight programmes".
Jan de Wilt
Bureau NRLO
Januari 1999
[NRLO Home]